Wat is geld?

Wat het is, daar zijn boeken over volgeschreven. Iedereen hoe arm ook heeft altijd wel een beetje geld. De meeste mensen hebben ook één of meerdere bankrekeningen met daarop een bepaald geldbedrag. We gaan er dagelijks mee om. En toch? Wat geld precies is, daar zijn de meningen erg over verdeeld.

Voor dit verslag over ‘Grondbezit en -beheer’, benader ik het geld-begrip via een omweg. Ik begin eenvoudigweg met de stelling: 

Er is veel te veel geld in de wereld.

Tegenover de totale hoeveelheid geld in de wereld, staat ‘slechts’ drie procent reële economie*. Dat wil dus zeggen dat er ruim 32 x meer geld in de wereld circuleert (heen en weer flitst) dan reële economische waarden (goederen die voorzien materiële behoeften).

* (De cijfers haalde ik uit stukken nu alweer zes jaar geleden. Nu, zes jaar later, zullen de verhoudingen eerder nog schever zijn. Met andere woorden, er zal nog veel meer geld circuleren dan dat er reële economische waarden circuleren.)

http://www.welingelichtekringen.nl/economie/29502/6-grafieken-kijk-hoe-de-wereld-veel-te-veel-geld-drukt.html

Geld zoekt altijd waarden. Iemand die geld heeft, wil er iets voor kopen. De gewone mens koopt goederen en diensten voor zijn geld. Vermogende mensen kopen (naast hele dure spullen) vooral kapitaal (in de vorm van aandelen of andere financiële producten) en grond voor hun geld (lees: zij beleggen in aandelen en grond). En daarmee worden zij eigenaren van bedrijven en stukken land. (Daarnaast spenderen vermogende mensen geld aan speculatie-objecten als edelmetalen en kunst.) Bovendien kunnen vermogende mensen andere mensen voor zich laten werken in ruil voor geld. Met andere woorden, waar gewone mensen goederen kopen waarvan ze leven, handelen vermogende mensen in de productiemiddelen kapitaal, arbeid en grond wat hen status en macht geeft om te bepalen wie of wat zich wel kan ontwikkelen en wie of wat niet.

Tegelijkertijd, ook de gewone mensen beleggen in kapitaal en grond via hun verzekering en pensioen.

Er is dus te veel geld, waarvan het overgrote deel zit in aandelen (kapitaal) en grond.

Bovendien is dat grootste deel van het geld in handen van zo’n 1% van de mensen op aarde. Deze 1% ‘bezitten’ dus een groot deel van de productiemiddelen kapitaal en grond en bepalen het loon van de mensen die ‘slechts’ hun productiemiddel arbeid in kunnen zetten om voor zichzelf een inkomen te verwerven. Dat op zichzelf is al een ongezonde situatie, het feit dat het vermogen nogal ongelijk is verdeeld, dat weinig mensen veel bezitten en veel mensen weinig, dat veel mensen hun ‘arbeid’ moeten ruilen tegen een inkomen, dat weinig mensen kunnen bepalen hoe de samenleving zich verder ontwikkelt.

Hoewel er veel te veel geld is in de wereld, ervaren veel mensen een tekort aan geld, ook de vermogende mensen, juist de vermogende mensen, ervaren een tekort aan geld.

Sommigen zeggen dat dat aan het rente-probleem ligt. Later zal ik laten zien dat geld door commerciële banken uit het niets wordt gecreëerd en in omloop gebracht onder de voorwaarde dat het weer wordt terugbetaald, plus rente. Dus elke geldeenheid die in omloop wordt gebracht, moet met rente worden terugbetaald aan instellingen die het uit het niets creëren. Geld ontstaat uit het niets en er staat tegelijkertijd een schuld tegenover. Het krediet dat je krijgt, moet terug worden betaald met rente. Zo bekeken is er altijd te weinig geld in omloop om de schuld + rente terug te betalen. Vanuit dit gezichtspunt gezien zou je kunnen zeggen, dat er altijd te weinig geld is. Er is altijd te weinig geld in de wereld om de totale schuld + rente af te lossen.

Toch kies ik ervoor om te zeggen dat er te veel geld in de wereld is.

Er is namelijk veel meer geld in de wereld dan reële economische waarde.

Nog even los van de staat en/of de centrale banken die concrete munten slaan en concrete bankbiljetten drukken en in omloop brengen. Overigens is de hoeveelheid bar geld merkwaardig genoeg wel keurig in evenwicht met de hoeveelheid goederen die voorzien in materiële behoeften.

Nog even los van de centrale banken en hun (sociale) functie in het huidige geldsysteem. Ook centrale banken brengen enorme hoeveelheden geld in omloop. “Om de economie te stimuleren.”, zeggen ze. Wat de rol van centrale banken precies is binnen het huidige geldsysteem en in hoeverre ook zij bijdragen aan de huidige ongezonde geldsysteem-situatie, laat ik in dit verhaal (voorlopig even) buiten beschouwing.

Nogmaals: geld verdienen op zichzelf is in mijn ogen nog geen economie. Geld verdienen door prestaties te leveren die voorzien in ontwikkelings- en zorgbehoeften van de mens, in immateriële behoeften dus, noem ik geen economie. Ik onderscheid dus enerzijds economische activiteit, het creëren, distribueren en consumeren van goederen die voorzien in materiële behoeften. Anderzijds zie ik heel veel culturele activiteit in de vorm van kunst, wetenschap, religie, zorg en onderwijs. Mensen in de culturele sector maken de verdere ontwikkeling van de samenleving mogelijk. Mensen in de economische sector voorzien in de materiële behoeften.

Door de menselijke creativiteit, de ontwikkeling van wetenschap en technologie, kan steeds meer geproduceerd worden met steeds minder arbeid. Dus zijn in de economie steeds minder mensen nodig om de hoeveelheid economische waarden te creëren die voorzien in de materiële behoeften van alle mensen. Steeds meer werk wordt gedaan door machines en robots. In het economische leven bestaat de tendens om arbeid te vervangen door kapitaal, mensen door machines. 

In het culturele domein ontstaat nu juist steeds meer werk. Kunst, wetenschap, religie, (gezondsheids)zorg en onderwijs kan niet worden overgenomen door robots of machines. In principe is de hoeveelheid werk in de culturele sector oneindig. Er kan altijd weer een nieuw toneelstuk geschreven en uitgevoerd worden, koren kunnen worden uitgebreid. Nieuwe muziekstukken gecomponeerd. Steeds meer mensen kunnen onderzoek doen naar steeds weer nieuwe thema’s. Steeds meer mensen kunnen voor elkaar zorgen, met elkaar in gesprek zijn, nieuwe dingen uitvinden, nieuwe lesprogramma’s ontwikkelen en doen enzovoorts.

Bovendien is werken in de culturele sector vervullender dan werken in het economische domein. Je kunt daar namelijk creatief, onderzoekend, verzorgend, helend werkzaam zijn, terwijl je in de economische sector vaak geestdodend werk moet verrichten, steeds weer dezelfde beweging moet maken om steeds weer dat ene schroefje op die ene plek vast te draaien of steeds weer diezelfde spullen in datzelfde doosje in te pakken. Het is een zegen dat in het economische leven steeds meer arbeid wordt vervangen door robots. 

Kortom: meer en meer mensen kunnen prestaties leveren die voorzien in immateriële behoeften, naarmate de productie, distributie en consumptie van waarden die voorzien in materiële behoeften efficiënter en effectiever plaatsvindt.

Hoe kan dat geregeld worden? Hoe kunnen alle mensen eerlijk leven van de gezamenlijk geproduceerde koek? En hoe kan het culturele leven (de ontwikkelingspool van de samenleving) worden gefinancierd?

In dit verhaal concentreer ik me op de rol van de commerciële banken in het huidige geldsysteem en de manier waarop zij uit het niets geld scheppen en in omloop brengen, en tegelijkertijd een schuld creëren. (Wat op zichzelf nog niet zo erg hoeft te zijn mits juist begrepen. Maar wat is juist?)

een korte geschiedenis van het geld

In de loop van de afgelopen eeuwen is een behoorlijk ongezonde situatie ontstaan als het gaat om het wereldwijde geldsysteem. Niet dat we als mensheid ooit een gezonde situatie hadden qua geldsysteem. Ja, misschien in het oude Egypte. Of misschien in grote delen van Europa aan het einde van de middeleeuwen toen de economie werd bedreven binnen het Kelto-Germaanse recht.

Echter sinds John Law begin 18e eeuw op het idee kwam om geld uit het niets te scheppen en in omloop te brengen, is het geldsysteem niet meer gezond geweest. Misschien omdat keizer Maximiliaan I in het jaar 1486 het Romeinse recht weer in Europa invoerde? Stel dat het huidige geld als kredietsysteem (schepping uit het niets) was ontstaan binnen het Kelto-Germaanse recht? Stel dat de boeren aan het begin van de moderne tijd de boerenoorlogen niet alleen in Zwitserland, maar overal in Europa hadden gewonnen? Hoe zou het wereldwijde geldsysteem er dan uitgezien hebben?

Nu we eenmaal dit ongezonde geldsysteem hebben, kunnen we ons afvragen: hoe maken we het gezond?

Om het geldsysteem gezond te maken, hebben we mijns inziens allereerst een juist begrip van geld nodig. Dus nogmaals:

Wat is geld?

geld als vereffening

De eerste vormen van geld ontstonden binnen een religieuze context, binnen een systeem van offerrituelen. De allereerste functie die geld had en mijns inziens in wezen nog steeds heeft, is ‘vereffening’. Ooit offerden de mensen het beste van de oogst, het eerste kalfje of lammetje, de mooiste bundel graan, als dank voor wat de natuur (de goden) voortbrachten. En nog steeds kun je het geven van geld in ruil voor geleverde prestaties zien als een vorm van ‘vereffening’. Iemand levert een prestatie, er ontstaat een uit evenwicht situatie, hij/zij krijgt er geld voor in de plaats, de balans is hersteld. In zekere zin maken de huidige banken misbruik van geld als ‘vereffening’, dat diep en diep in de mens verankerd zit, schuld dient afgelost te worden.

In de Leergang Samenlevingskunst aan de Veerhuis Academie maken we gebruik van dit principe van geld als ‘vereffening’ op verschillende manieren. Namelijk, voor zover je prestaties levert vanuit je diepste wezen, vanuit je natuur, die voorzien in de behoeften (materieel of immaterieel) van anderen, zullen anderen vanuit een diep dankbaarheidsgevoel de prestaties willen vereffenen. Omgekeerd wordt in jouw behoeften voorzien door de prestaties van anderen, dan ben je bereid daar een juiste prijs voor te betalen, hoe arm of rijk je ook bent. Dit vereffeningsprincipe zit zo diep verankerd in de mens dat hoe meer we vanuit onze diepste natuur denken en handelen de balans tussen geven en nemen beter zal worden. Het omgekeerde is ook waar, hoe oppervlakkiger we denken en handelen (lees, hoe materialistischer we denken en handelen) hoe meer de balans tussen geven en nemen uit evenwicht zal raken.

geld als boekhouding

Vervolgens werd geld zo’n 3000 jaar voor Christus door priesters ingevoerd als boekhouding in hiërarchische samenlevingsvormen. Toen kreeg geld ook een spiegelfunctie. Het fungeerde als rekeneenheid, als middel om de waarde van verschillende goederen met elkaar te vergelijken. Om voorraden bij te houden. Dit systeem ontwikkelde zich ruim 2000 jaar lang. Al die kleitabletten die zijn gevonden, in het huidige Iran (voorheen Babylonië), in het huidige Egypte (voorheen het oude Egypte), in het huidige Turkije (voorheen Soemerië), dat waren allemaal boekhoudingen, het bijhouden van reële productie en consumptie. Priesters stemden productie op consumptie af en hielden dat bij op kleitabletten (die bleven bewaard) en papyrusrollen (die grotendeels vergingen).

geld als ruilmiddel

Pas in de loop van de achtste eeuw voor Christus werd geld in de vorm van gouden en zilveren munten ingevoerd als ruilmiddel. Dit ontstond in samenlevingsvormen die uit drie standen bestonden, geestelijken die het culturele leven verzorgden (en leefden van alles wat overbleef, van offergaven), edelen die het rechtsleven verzorgden (en leefden van belastingen in ruil voor recht en veiligheid) en vrije burgers en slaven die het economische leven verzorgden (en dus zorgden voor de productie en distributie van economische waarden die voorzagen in materiële behoeften). Geld werd een ruilmiddel. Geld werd iets dat waarde leek te krijgen op zichzelf. Het leek alsof geld houdbaar was, oppotbaar. Terwijl de goederen die je ervoor kon kopen, respectievelijk die je had geproduceerd en verkocht, vergingen. Is geld houdbaar? Behoud het zijn waarde? Kun je met een zak geld overleven op een onbewoond eiland?

geld als krediet

Tot slot is het huidige geldsysteem pas in de loop van de zeventiende eeuw ontstaan. Niet geheel toevallig viel het ontstaan van het kredietgeld, het scheppen en in roulatie brengen van geld uit het niets, samen met de Amerikaanse- en Franse Revolutie (vrijheid, gelijkheid en broederschap). Er wilden nieuwe samenlevingsvormen ontstaan waarbij de drie geledingen van de maatschappij niet meer werden verzorgd door aparte bevolkingsgroepen, maar waar iedereen op basis van gelijkwaardigheid zijn/haar bijdrage leverde aan het culturele leven, rechtsleven en economisch leven. In zekere zin is de Franse Revolutie nog steeds niet tot een goed einde gevoerd. We hebben immers nog steeds geen vrijheid in het culturele leven, gelijkheid van rechtsleven en broederlijk- en zusterlijkheid van economisch leven bewerkstelligt.

Deze derde vorm van geld (naast geld als boekhouding en geld als ruilmiddel) is nodig in de huidige samenleving om individuele initiatieven te kunnen verwerkelijken. Geld heeft nu ook de functie van vertrouwen. Het vertrouwen van de gemeenschap in de capaciteiten van individuen om de kwaliteit van de gemeenschap op een hoger niveau te tillen. Krediet = vertrouwen. 

Echter er is iets mis met dat vertrouwen in de mens. De mens vertrouwt zichzelf niet. Om het geldsysteem gezond te maken, zou alleen krediet gegeven moeten worden aan individuele mensen en groepen van mensen, die de samenleving willen vernieuwen. Dat gebeurt echter niet. Er wordt ook krediet gegeven aan mensen die het investeren in aandelen en in grond. Sterker nog, er wordt steeds meer geld gecreëerd om de handel in aandelen en grond mogelijk te maken en er wordt steeds minder geld gecreëerd voor mensen om hun innovatieve ideeën te verwerkelijken. En dat maakt mijns inziens het geldsysteem ongezond. Ik zal vertellen waarom. 

Ons inziens is een juist begrip van geld alleen mogelijk in een drie-gelede samenleving waarin elk afzonderlijke mens op zijn/haar eigen wijze een bijdrage kan leveren aan elk van de drie afzonderlijke geledingen.

In het algemeen is geld vereffening, een spiegel van reële productie, distributie en consumptie, een rekeneenheid, een ruilmiddel, een middel om vertrouwen te geven aan individuele mensen om hun impulsen in te voegen in die ene wereldwijde economie.

in het geestelijke domein is geld ‘vertrouwen’

in het rechtsdomein is geld ‘een wettig betaalmiddel’ en

in het economische domein is geld ‘munten en/of biljetten en/of getallen op een bankrekening’. 

Individuele pool: om geld gezond te maken is het nodig dat ieder afzonderlijk mens geld als vertrouwen leert kennen en ervaren. De weg naar binnen ===> CareFirst in plaats van MoneyFirst. Het verwerken van de individuele geldtrauma’s.

globale pool: om geld gezond te maken is het nodig dat er wordt ingezien dat alle mensen deel uitmaken van één wereldwijde economie, dat wil zeggen, wereldwijd zijn alle mensen verbonden met alle mensen door de productie, distributie en consumptie van economische waarden die voorzien in materiële behoeften. 

Er tussenin staat het vrij voor gemeenschappen om geld in welke vorm dan ook als wettig betaalmiddel (lees: vereffeningsmiddel, als spiegel van relaties tussen mensen, als spiegel van de reële productie, distributie en consumptie van economische waarden) te creëren en in en uit roulatie te brengen.

de essentie van het maatschappelijke vraagstuk

Het grote maatschappelijke probleem is dat we niet alleen handelen in reële economische waarden, maar ook in de productiemiddelen kapitaal, arbeid en grond. Terwijl het bezit en beheer van kapitaal, arbeid en grond door middel van het recht geregeld zou moeten worden. Omdat we ook handelen in de productiemiddelen wordt er veel te veel geld uit het niets gecreëerd. Dat veel te veel geld gaat uiteindelijk in de grond zitten. De grondprijzen stijgen voortdurend omdat er steeds meer geld in roulatie komt, terwijl dat geld eigenlijk door zou moeten stromen naar het culturele leven om er onderwijs, zorg, kunst, wetenschap en religie mee te financieren.

Niet alleen de grond wordt steeds duurder, überhaupt wordt alles steeds duurder omdat we ook in kapitaal, arbeid en grond handelen.

Als we kijken naar de prijs van een product, dan zou die in een gezonde situatie de som moeten zijn van de inkomens van alle mensen die een bijdrage leveren aan de totstandkoming van dat product. Echter, in de huidige situatie worden kosten afgewenteld op medemens en milieu, terwijl mensen die geen enkele bijdrage leveren aan dat product juist wel geld krijgen omdat ze aandelen bezitten van dat bedrijf dat dat product maakt of de grond bezitten waarop de producten tot stand komen.

intermezzo: de prijs van een product of dienst

Ooit verdiepte ik me in de prijs van een brood. Ik wilde weten hoeveel van de prijs naar wie ging en waarom. Binnen een gezond geldsysteem zou je verwachten dat de prijs van een brood dus is opgebouwd uit de som van de inkomens van de mensen die hebben bijgedragen aan de totstandkoming van dat brood.

Van te voren maakte ik het volgende schema:

de boer die het graan zaait en oogst,

de vervoerder die het graan naar de molenaar brengt,

de molenaar die het graan maalt,

de vervoerder die het meel naar de bakker brengt,

de bakker die het brood bakt,

de vervoerder die de broden naar de winkel brengt,

de winkelier die het brood verkoopt,

belasting op het brood voor algemeen nut zoals goede wegen, schoon water, zuivere lucht, mooie landschappen, totstandkoming van eerlijke wetten en regels, handhaving van die wetten en regels en bescherming,

winst dat gaat naar scholen waar nieuwe boeren, molenaars en bakkers worden opgeleid.

na afloop moest ik daaraan toevoegen:

pacht van de boer aan de landbezitter (de boeren die ik sprak betaalden ongeveer 50% van de opbrengst in geld aan de landbezitter) of

rente en aflossing van het krediet voor aanschaf van het land,

ook de molenaar en de winkelier betaalde veel huur of aflossing en rente voor het pand waarin zij hun werk deden en de grond waarop het pand staat,

ruim de helft van de prijs van het brood ging naar de staat in de vorm BTW, inkomstenbelasting en allerlei andere heffingen,

de eventuele winsten gingen naar aandeelhouders die zelf geen prestaties hadden geleverd aan de totstandkoming van dat brood,

en dan kon ik nog niet eens achterhalen hoeveel geld ging naar brandstof voor de transportmiddelen respectievelijk wapens om überhaupt toegang te verkrijgen tot brandstof voor de transportmiddelen,

nog los van het feit dat er mensen in de keten van de totstandkoming van het brood zaten die werden onderbetaald, zoals de boerenknechten, de chauffeurs van de transportmiddelen, de arbeiders in de maalderij, het winkelpersoneel,

nog los van het feit dat het niet duidelijk was of er ook kosten voor de afvalverwerking en dergelijke in de prijs van het brood was opgenomen.

Na mijn brood-onderzoek vroeg ik me af: hoe zouden we de economie zo kunnen organiseren dat op een eerlijke manier productie op consumptie wordt afgestemd? en: hoe zouden we het geldsysteem zo kunnen ontwikkelen dat de prijs van de producten ook werkelijk de som van de inkomens van de mensen die een bijdragen leverden aan die producten is en iedereen ‘goed’ kon leven van de prestaties van anderen en zelf een zinvolle bijdrage kon leveren aan de samenleving?

Om die vraag te beantwoorden, keek ik eerst naar het ontstaan van geld in het huidige geldsysteem.

Hoe ontstaat geld in het huidige geldsysteem?

Elk mens zou zichzelf kunnen profileren door middel van een winst/verliesrekening en een balans.

En winst/verlies-rekening zou in een gezonde geldsituatie ook capaciteiten/behoeften-rekening kunnen heten. Immers je verdient geld door je capaciteiten in te zetten. Je inkomsten wordt zo een waarde dat aangeeft hoeveel van jouw capaciteiten je maatschappelijk vruchtbaar hebt gemaakt. En je geeft geld uit aan prestaties van anderen die in jouw behoeften voorzien. Je uitgaven geven dus aan in hoeverre je van de gezamenlijk geproduceerde koek hebt genomen om jezelf te kunnen zijn. Geef je meer dan je neemt, dan heb je winst (waarmee je vreemd vermogen kunt omzetten in eigen vermogen); neem je meer dan je geeft, dan heb je verlies (en neem je meer van de gezamenlijk geproduceerde koek dan je geeft). Let wel dit geldt alleen in een gezonde geldsituatie. In onze huidige samenleving kunnen mensen enorme winsten maken, zonder ook maar iets te geven. Dat is letterlijk stelen.

Elk moment kan een mens de balans opmaken van zichzelf. Wat bezit hij om te kunnen leven en presteren? Hoe is het gefinancierd? In een gezonde geldsituatie is niemand meer in loondienst bij iemand anders, maar presteert iedereen vanuit zijn eigen aard, vanuit zijn wezen, vanuit zijn natuur. Om dat te kunnen heb je productiemiddelen nodig, die je krijgt van de gemeenschap (krediet). Jonge mensen financieren hun bezit met vreemd vermogen, naarmate jonge mensen ouder worden en hun gezonde bijdrage leveren aan de samenleving, wordt dat vreemde vermogen omgezet in eigen vermogen. Dat eigen vermogen kan worden gebruikt om anderen weer het vertrouwen te geven zichzelf te ontplooien.

Let op, dit geldt ook alleen in een gezonde situatie.

In de huidige situatie hebben veel mensen en bedrijven veel bezit op allerlei manieren gefinancierd, maar het spiegelt niet de mate waarin zij zich maatschappelijk vruchtbaar hebben gemaakt.

Laten we nu eens naar de winst/verliesrekening en balans kijken van een bankier in de huidige situatie:

Hoe ziet zijn winst/verliesrekening eruit?

inkomsten uit rente op uitgeleend geld zeg  100.000 eenheden

uitgaven aan rente op geleend geld zeg    90.000 eenheden

winst         10.000 eenheden

Hoe ziet de balans van een bankier eruit?

bezittingen

leningen aan mensen zeg  1.000.000 eenheden

cash + reserves   200.000 eenheden

verplichtingen

deposito’s: 

spaargeld van mensen en bedrijven zeg  1.100.000 eenheden

eigen vermogen 100.000 eenheden

Hoe ontstaat nu geld?

Er komt een mens bij de bankier en vraag om 250.000 eenheden krediet voor zijn nieuwe bedrijf. Dat krediet krijgt hij. De nieuwe balans van de bankier wordt dan:

bezittingen

leningen aan mensen       1.250.000 eenheden

cash + reserves   200.000 eenheden

verplichtingen

deposito’s: 

spaargeld van mensen en bedrijven       1.350.000 eenheden

eigen vermogen 100.000 eenheden

Er is simpelweg 250.000 eenheden geld gecreëerd dat enerzijds aan de bezit kant als lening op de balans komt te staan en anderzijds aan de financieringskant als spaargeld van mensen en bedrijven op de balans komt te staan. Die 250.000 eenheden geld worden in omloop gebracht zodra de ondernemer gaat investeren in grond, mensen en middelen.

Op zichzelf is er niets mis met dit principe. Wat mij betreft ook niet als dit door privé mensen wordt gedaan. Sterker nog, we kunnen dit allemaal doen. Wij zijn allemaal bankiers. We kunnen allemaal geld scheppen door onszelf en elkaar vertrouwen te geven. Daarmee scheppen we geld, hoe dan ook. 

De vraag alleen is, wie geef je vertrouwen en op grond waarvan?

En als er dan geld wordt gecreëerd en in omloop gebracht, door wat wordt het gedekt? En moet op een gegeven moment het geld niet ook weer uit de omloop worden gehaald?

Dit zijn mijn antwoorden:

Als je kijkt naar hoeveel krediet er wordt gegeven en waarvoor in de decennia vóór de crisis van 2008, dan zie je dat er steeds minder persoonlijk krediet wordt gegeven (er wordt dus steeds minder geld gecreëerd om mensen in de gelegenheid te stellen hun innovatieve ideeën te verwerkelijken in de huidige wereldwijde economie) en steeds meer krediet om grond te kopen en/of aandelen (er wordt dus steeds meer geld gecreëerd om grond te kopen, sec).

Op die manier komt er steeds meer geld in omloop en dat geld gaat uiteindelijk weer in de grond zitten. De grondprijzen stijgen. Het is niet zo dat de grondprijzen stijgen omdat het schaars is, zoals de reguliere boekjes zeggen, nee, de grondprijzen stijgen omdat er steeds meer geld in omloop wordt gebracht en nooit meer wordt vernietigd. En omdat alle economische activiteit op grond plaatsvindt, met name de primaire productie, worden de prijzen van producten ook steeds duurder. Een steeds groter aandeel van de prijs van producten gaat naar de bezitters van grond. Boeren die veel krediet moeten opnemen om hun grond te betalen, moeten immers de kosten voor de aflossing en rente van die grond doorberekenen in hun prijzen voor de producten die ze creëren. Met andere woorden, elke eenheid geld dat wordt gecreëerd om grond te kunnen kopen, maakt de prijzen hoger.

Echter elke eenheid geld dat wordt gecreëerd om mensen te helpen hun innovatieve ideeën te verwerkelijken, een machine om schoenen te maken, een robot die auto’s in elkaar kan zetten, een methode om afval snel te verwerken, maakt de prijzen van producten lager. Er zijn minder mensen nodig bij de totstandkoming van dat product.

Willen we het geldsysteem gezond maken, dan zou er alleen geld gecreëerd moeten worden voor mensen en hun innovatieve ideeën. 

Om het geldsysteem gezond te maken, zou er eigenlijk helemaal geen krediet gegeven moeten worden om de productiemiddelen grond, arbeid en kapitaal te verwerven.

Als we de productiemiddelen grond, arbeid en kapitaal niet meer kunnen verwerven door het te kopen en weer te verkopen, dan moeten er andere vormen van toewijzing van kapitaal en grond worden ontwikkeld. 

Daarmee eindig ik deze paper. Hoe kunnen we nieuwe vormen van eigendom en beheer van grond en kapitaal creëren als grond en kapitaal niet meer wordt verhandeld? En dat zonder dat er een centraal geleide economie ontstaat (communisme). Daarover dus later meer.

Bovendien: willen we als mensen werkelijk gelijkwaardig met elkaar samenleven en -werken, dan moeten we de werknemer/werkgever-verhoudingen opheffen en loondienst afschaffen. Zijn er ook geen cao onderhandelingen tussen werkgevers en werknemers meer nodig. Niemand hoeft dan meer zijn/haar arbeid te verkopen om geld te verwerven om goederen te kopen die in het levensonderhoud voorzien. Iedereen vereffent de prestaties van anderen, door de prestaties te betalen en niet de arbeid. 

Pas dan worden de prijzen van producten ook werkelijk de som van de inkomens van de mensen die bijdragen hebben geleverd aan de totstandkoming van die producten. Geen cent gaat dan meer naar mensen die geen bijdragen hebben geleverd.

Krediet kan dan alleen gegeven worden aan mensen met frisse, nieuwe ideeën, die het werk in het economische leven lichter maken, en tegelijkertijd ruimte scheppen in het culturele leven. Nog kleinere klasjes, nog meer handen aan de ziekenhuisbedden, nog meer straattheater en nog meer muziekbandjes in elk café, gezellig.

Het gezonde organische geldsysteem van de toekomst

In een toekomstige Aarde- en menswaardige samenleving onderscheiden we het vrije culturele leven waar immateriële waarden worden gecreëerd enerzijds (de ontwikkelingspool van de samenleving) en het zusterlijke- en broederlijke economische leven waarin productie op consumptie wordt afgestemd anderzijds (de fysieke verzorgingspool van de samenleving).

Er tussenin bevindt zich een kleine overheid, het rechtsleven, waar wetten en regels worden ontwikkeld die een steeds Aarde- en menswaardigere samenleving mogelijk maken. Die overheid trekt zich volledig terug uit het culturele- en economische leven. Ministeries als die van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of die van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kunnen worden opgeheven. De overheid focust zich op haar kerntaak: het ontwikkelen en handhaven van wetten en regels die het samenleven en samenwerken mogelijk maken, niet meer en niet minder.

Geen stimuleringsprojecten meer door middel van subsidies. Geen kunstmatige prijzen. Geen bemoeienis meer met onderwijs en wetenschap. 

Alles wordt aan de burgers overgelaten.

Ook het eigendom en beheer van kapitaal en grond.

Ook het organiseren van prestaties en vereffening.

In een toekomstige Aarde- en menswaardige samenleving wordt niet meer gehandeld in de productiemiddelen kapitaal, arbeid en grond. Er worden nieuwe vormen van eigendom en beheer ontwikkeld, er wordt überhaupt een nieuwe vorm van recht ontwikkeld, een recht dat aansluit bij het gezonde rechtsgevoel van de mens, een recht dat is gebaseerd op liefde & vertrouwen in de mens, een recht dat recht doet aan alle mensen. Alle mensen zijn gelijk. Alle mensen kijken elkaar in de ogen en ontwikkelen op ooghoogte samenlevingsvormen waarin iedereen tot zijn/haar recht komt. Niemand heeft meer de macht over anderen om hem/haar in te zetten voor zijn/haar eigen egoïstische doeleinden; niemand heeft meer de macht over anderen om zijn/haar eigen ideeën op leggen aan anderen. Elk mens bepaalt zelf zijn/haar eigen levens-, werk- en leerdoelen.

Pas onder deze voorwaarden kan een gezond organisch geldsysteem ontstaan. Hoe?

In een gezonde situatie hebben centrale banken een zuiver sociale functie. Zij waken erover dat er ongeveer evenveel geld in omloop is als economische waarden. Als het evenwicht verstoord dreigt te raken, dan brengen ze of meer geld in omloop door meer geld te drukken en munten te slaan en in omloop te brengen, of juist geld uit de roulatie te halen. Zij hebben een waarnemende functie. Zij bewaren (bewaken) het evenwicht tussen de hoeveelheid geld en de hoeveelheid economische waarden. Zij bewaken ook het functioneren van de commerciële banken. Dit doen zij op grond van wetten en regels die in een gezond democratisch systeem voortdurend in ontwikkeling zijn.

Commerciële banken bewaren het spaargeld van de mensen en geven alleen krediet aan mensen met innovatieve ideeën. Zij maken het mogelijk dat mensen hun initiatieven, die de kwaliteit van de samenleving vergroten, kunnen invoegen in de samenleving, in die ene wereldwijde economie.

Nogmaals, er wordt niet meer gehandeld in kapitaal, arbeid en grond. Het eigendom en beheer van kapitaal en grond wordt ook in een gezond democratisch systeem ontwikkeld, evenals de arbeid.

De vraag alleen is, wie geef je vertrouwen en op grond waarvan?

En als er dan geld wordt gecreëerd en in omloop gebracht, door wat wordt het gedekt? En moet op een gegeven moment het geld niet ook weer uit de omloop worden gehaald?

Zo zie ik een toekomstig gezond geldsysteem:

Een jong mens heeft een nieuwe machine ontwikkeld dat voor minder arbeid (en ook nog eens CO2-neutraal) meer economische waarde creëert. Die machine is ontstaan omdat hij een bepaald creatief onderwijs heeft genoten, vervolgens naar een open en creatieve universiteit ging en tenslotte in een ontwikkelteam kwam dat alle tijd en geld kreeg om dingen echt uit te kunnen zoeken. Kortom, omdat het onderwijs en de wetenschap goed was geregeld, waarin de ontwikkeling van de mens centraal staat, kwam dit jonge mens op het goede idee van die nieuwe machine inclusief hoe het maatschappelijk vruchtbaar gemaakt kan worden.

Hij beschrijft deze machine en maakt een plan van hoe het maatschappelijk vruchtbaar gemaakt kan worden, inclusief een begroting. Daarmee gaat hij naar een instelling die krediet kan geven. In die instelling werken mensen die zich van hun maatschappelijke taak bewust zijn, hun oordeel over wie wel/geen krediet krijgt, bepaalt de verdere ontwikkeling van de samenleving als geheel. Zij beheren namens de gemeenschap het kapitaal en ontvangen voor hun prestaties een goede vereffening.

Dit jong mens krijgt het krediet van zeg 500.000 geldeenheden. Dat wil zeggen, hij krijgt het vertrouwen namens de gemeenschap om zijn ding in de wereld te zetten. Hij wordt vrij gemaakt van de dagelijkse zorg voor zijn materiële behoeften, dat doet de gemeenschap voor hem, tegelijkertijd mag hij al zijn aandacht en energie richten op het maatschappelijk vruchtbaar maken van zijn idee.

Met het geven van krediet worden 500.000 geldeenheden gecreëerd en in omloop gebracht. Met dat geld kan dit jonge mens andere mensen die machine laten bouwen, een ruimte inrichten op een stuk grond dat hij heeft toegewezen gekregen en mensen om zich heen verzamelen die ook die machine maatschappelijk vruchtbaar willen maken. Alles verloopt volgens plan en na een maand of zes begint de machine economische waarden te produceren. 

Die economische waarden worden te koop aangeboden op de markt voor een prijs dat alle mensen die een bijdrage leveren aan de totstandkoming van die economische waarden voorziet in een inkomen. In de prijs wordt ook de aflossing en rente doorberekend voor het oorspronkelijke krediet. Het krediet kan afbetaald worden.

Met andere woorden, de geldbeheerders ontvangen de aflossing + de rente. Van de rente leven ze. Wat doen ze met de aflossing?

Zolang de machine nog draait, levert het economische waarden. Een steeds groter deel van het krediet voor de machine wordt afgelost. Wat doen de beheerders van het geld met dat geld? Zij laten het geld doorstromen naar onderwijs, zorg, wetenschap, kunst en religie, kortom het geld keert terug naar de bron van waaruit het oorspronkelijke idee voor die machine is ontstaan. Intussen genieten nieuwe mensen onderwijs, bedrijven nieuwe mensen wetenschap, zitten nieuwe mensen te broeden op nieuwe ideeën die de kwaliteit van de samenleving kunnen verhogen. Dit alles gefinancierd door de afbetaalde kredieten voor nog draaiende machines die economische waarden creëren waarvan iedereen kan leven. 

Met andere woorden, het geld dat in omloop is wordt heel concreet gedekt door maatschappelijk vruchtbaar gemaakte productiemiddelen.

Na verloop van tijd is de oorspronkelijke machine van 500.000 geldeenheden uitgewerkt. Er zijn intussen alweer nog efficiëntere machines die door middel van nog minder arbeidskracht nog meer economische waarden kunnen creëren maatschappelijk vruchtbaar gemaakt. De oorspronkelijke machine wordt uit het productieproces genomen. 

Wat gebeurt er met de oorspronkelijke 500.000 geldeenheden? Die wordt uit de roulatie genomen.

Op die manier is de totale hoeveelheid geld in omloop altijd gedekt door de totale hoeveelheid draaiende productiemiddelen. En omdat de afgeloste hoeveelheid krediet altijd doorstroomt naar de ontwikkelingspool van de samenleving (onderwijs, zorg, religie, kunst, wetenschap, enzovoorts) kan die samenleving zich altijd weer vernieuwen.

Geld maakt als het ware een verouderingsproces door. Het ontstaat op het moment dat mensen hun innovatieve ideeën maatschappelijk vruchtbaar willen maken, het rouleert gedurende de tijd dat de innovatieve ideeën worden verwerkelijkt en functioneren, het wordt ouder naarmate de innovatieve ideeën verouderen en toe zijn aan vernieuwing. Het sterft weer als de oorspronkelijk innovatieve ideeën uit roulatie worden gehaald.

Wat ook gebeurt in dit gezonde geldsysteem is dat er altijd een balans is tussen de hoeveelheid geld in roulatie en de hoeveelheid economische waarden in roulatie. En het zorgt ervoor dat steeds minder mensen steeds minder hoeven te presteren in het economische leven (de afbraakpool van de samenleving) en steeds meer mensen kunnen werken in de ontwikkelingspool of de opbouwpool van de samenleving (het culturele leven). En een gezond rechtsleven ontwikkelt steeds betere regels en afspraken om dit organische proces in goede banen te leiden, om de opbouwpool van de samenleving in balans te houden met de afbraakpool.  

Nogmaals, om dit gezonde geldsysteem mogelijk te maken, dienen de productiemiddelen kapitaal, arbeid en grond uit de handel worden gehaald en dienen er dus nieuwe vormen van beheer en bezit ontwikkeld te worden. Of anders gezegd: er dient een nieuwe vorm van recht ontwikkeld te worden, een recht dat recht doet aan alle mensen.