Ik wil…

Ik wil de kloof tussen rijkdom en armoede dichten. Ik wil op de een of andere manier, groot of klein, van veel of weinig betekenis, maar in ieder geval iets doen aan het dichten van de kloof tussen rijkdom en armoede. Ja, ik wil mijn hoogst individuele bijdrage leveren aan het dichten van de kloof tussen rijkdom en armoede.

Ik wil, ik wil, ik wil…

Heb ik wel iets te willen?

De vraag naar de vrije wil leeft al bijna 3000 jaar, eigenlijk sinds de mens (de oude Griek) begon met filosoferen zo’n 800 jaar voor Christus. Wat mezelf betreft, de eerste zeg twintig jaar nadat ik mij die vraag stelde, heb ik in zekere zin mijn tijd verprutst met het eindeloze lezen van boeken voor of tegen de vrije wil. Tijdens mijn studietijd weet ik nog wel verdedigde ik ten opzichte van mijn vrienden de stelling “de vrije wil bestaat niet”, omdat ik toen Friedrich Nietzsche las en hij geloofde niet in de vrije wil. Tegenwoordig is er zelfs een boek met die titel “De vrije wil bestaat niet”, van Victor Lamme, het werd een bestseller. Ja, dat boek las ik ook.

Ik zeg “mijn tijd verprutst met het lezen van veel boeken”, omdat ik dacht de vraag intellectueel te kunnen beantwoorden. Dat wil zeggen, alleen met het hoofd. En met argumenten voor of tegen. Maar dat gaat dus niet. 

In het bijna 3000 jaar oude gesprek over de vrije wil, zijn er even overtuigende argumenten voor als tegen geformuleerd.

Het debat neigt tegenwoordig de kant van “de mens heeft geen vrije wil” op, sinds het zogenoemde experiment van Libet, heel verhaal. Ook Victor Lamme is door Libet overtuigt van het niet bestaan van de vrije wil. Al ons handelen is volgens hem een reactie op uiterlijke prikkels, ongeveer zoals een kikker met zijn lange uitrol-tong een vlieg vangt zodra er eentje binnen het bereik van die tong komt. En onze gedachten, aldus Lamme, hobbelen zo’n beetje achter onze daden aan, ter legitimatie respectievelijk om ons geweten te sussen. Als ik lees dat al ons handelen een reactie is op een prikkel van buitenaf, dan vraag ik me af welke prikkel de oorzaak was van de Brandenburgse Concerten van Johan Sebastiaan Bach, de Nachtwacht van Rembrandt of Goethes’ Faust. Sommige mensen kunnen behoorlijk gecompliceerd reageren op onbewuste prikkels.

Terugblikkend op 2800 jaar discussie over de vrije wil, valt het me op dat het vroeger vooral ging over de vraag of de mens onafhankelijk van de goden kon denken en handelen, tegenwoordig gaat het vooral over de vraag of de mens onafhankelijk van fysische- en chemische processen kan denken en handelen. Victor Lamme is geen filosoof, maar hersenonderzoeker en psycholoog. Hij onderzoekt hersenprocessen in relatie tot het bewustzijn. Hij onderzoekt niet het bewustzijn zelf. Hij onderzoekt het menselijke gedrag voor zover het een reactie is op uiterlijke prikkels, intrinsiek gemotiveerd handelen bestaat dus volgens hem niet. Anderzijds vinden nog steeds veel mensen dat ze niet onafhankelijk van God kunnen of mogen denken en handelen, je moet doen wat God zegt, zeggen ze. Denk aan de tien geboden uit het oude testament, denk aan het “niet mijn wil, maar Uw wil geschiede” uit het nieuwe testament en ook moslims vinden dat je je eigen wil opzij moet zetten voor de wil van God. Maar ja, hoe weet je nu wat God wil? Als ik het aan Jehova’s Getuigen op straat vraag, zeggen ze dat het in de bijbel staat. Ik ben met de bijbel opgevoed, lees er nog steeds in, bij mijn weten is het enige gebod dat nog is overgebleven het gebod dat Jezus aan zijn discipelen gaf tijdens het laatste avondmaal: “Hebt elkander lief.” Okay, ik heb de Jehova’s Getuigen lief. Je kunt altijd nog redeneren dat de mens in het geval dat hij zijn wil ondergeschikt maakt aan die van God, dat hij dan wel een vrije wil heeft, die hij dan dus vrijwillig ondergeschikt maakt aan de wil van God. Dat is nog anders dan wat de oude Grieken dachten, die dachten dat je überhaupt niet onafhankelijk van de goden kon denken en handelen. Al ons denken en handelen werd aangestuurd door de Goden, aldus de oude Grieken. Zoals al gezegd denkt de moderne westerse mens dat zijn denken en handelen wordt aangestuurd door fysische- en chemische processen, denk aan het boek van Dick Swaab, Wij zijn ons brein, en dan met name hersenprocessen. Om een lang verhaal kort te maken, puur intellectueel gezien en door middel van de zogenoemde objectieve wetenschappelijke experimenten van tegenwoordig, zoals het experiment van Libet, kom je er niet uit. De vraag: Heeft de mens een vrije wil? is tot op de dag van vandaag (modern wetenschappelijk en filosofisch) onbeantwoord gebleven respectievelijk nog altijd in discussie.

Anders wordt het als je de vraag niet filosofisch of wetenschappelijk onderzoekt, maar gewoon zelf met je hoofd én je hart, dus met je denken én met je voelen. Niet dat je er dan meteen uit komt, maar je komt wel een heel eind verder. En je komt er voor jezelf uit. Niet voor iemand anders. Goed beschouwd is dat ook logisch, stel dat ik voor jou kon bepalen of jij wel of niet een vrije wil had. Nee, dat kan, omdat het een wils-vraagstuk is, iedereen alleen voor zichzelf bepalen. Vanzelfsprekend kunnen we wel samen onderzoeken of een ieder van ons een vrije wil heeft. Zo ontwikkelen we een onafhankelijke positie, ieder een eigen positie, ieder een in zichzelf gegronde positie, ten opzichte van al die filosofen en wetenschappers en andere mensen die het vrije wils vraagstuk in één keer voor altijd en voor iedereen trachten op te lossen.

Het vrije wils vraagstuk is niet eens en voor altijd en voor iedereen in één keer op te lossen. Elk mens heeft ieder voor zich het voor zichzelf op te lossen. Logisch eigenlijk. Anders is het geen vrije wils vraagstuk ;-).

Ik vraag je, denk en voel met me mee. Neem niets van me aan. Zomaar. Op mijn blauwe ogen. Maar doe het experiment na. Verzin zelf nieuwe experimenten. En doe je eigen ervaringen op.

Dit is mijn gedachten- en gevoelsgang die ik eindeloos opnieuw begonnen ben en die ik tot het einde toe doorleef en nog verder.

Weer zit ik op het bankje in het bos. Stel je voor je zit op een bankje in een bos. Ik zit bij wijze van spreke midden in de natuur. Net zoals die totaal geïsoleerde stammen in de regenwouden van het Amazone Gebied. Mensen die midden in de natuur leven. Voor me weer die wilg aan de bosvijver, om me heen bomen, aan mijn voeten gras met die paarse bloemetjes erin. Vogels die geluiden voortbrengen. Insecten die zoemen. De zon schijnt in een strakblauwe lucht. Ik zit daar met mijn fysieke lichaam. Van Dick Swaab weet ik dat er zich allerlei fysische- en chemische processen afspelen in dat lichaam. Maar ook in de grond aan mijn voeten, in het gras, in de paarse bloemetjes, in de bomen, in het riet om de bosvijver, in de ongeknotte wilg voor me, in de lucht, in de zon, in het hele universum. Overal vinden fysische- en chemische processen plaats. Alles in de natuur lijkt zich te voltrekken volgens wetmatigheden. Ook mijn lichaamsprocessen.

Dit gegeven enerzijds, een ervaringsfeit, want als Jac Hielema werd ik op donderdag 1 oktober 1964 geboren (om 16.15 uur ongeveer, in Geleen) en groeide ik op volgens bepaalde wetmatigheden tot de volwassen man van 54 jaar oud die ik nu ben. Het is zoals mijn cadeaudochter Christina van vijf jaar oud zegt: “Het leven is slapen, opstaan, aankleden, ontbijten, naar school gaan, lunchen, nog meer school, weer naar huis, spelen, eten, slapen en weer opstaan.” Dag, nacht, dag, nacht, dag, nacht… Eten, spelen, eten, spelen, eten, spelen, slapen… Dit gegeven enerzijds, dit ervaringsfeit, doet vermoeden dat mijn denken en handelen ook volgens (natuur)wetmatigheden verloopt. En waarom niet? Als alles in de natuur bepaald wordt door natuurwetten, waarom zou mijn denken en handelen dan niet ook worden bepaald door natuurwetten?

Tegelijkertijd ben ik me bewust van mezelf in dit landschap. Alles in dit landschap, inclusief mezelf, maakt deel uit van één wereldgebeuren. En ik (of iets? of iemand? in mij) maak gedachtes bij alles wat ik zie, hoor, proef en ruik in dit landschap. Ik heb allerlei gevoelens bij van alles in dit landschap. Ik vind nog steeds dat die ongeknotte wilg ongegeneerd zichzelf is in dit landschap, ik ben zowat jaloers op die wilg. Hoe komt het – zomaar een gedachte, waar komt die vandaan? – dat de verschillende soorten bloemen en planten, de verschillende soorten bomen gewoon als zichzelf groeien en bloeien, terwijl bij mij zoveel angst is en zoveel  twijfel? Wie ben ik? En waarom kan ik niet zo ongegeneerd mezelf zijn zoals die wilg die zo ongegeneerd haar takken naar alle kanten toe uitstrekt? Waarom durf ik niet gewoon mijn eigen dingen te zeggen? Mijn eigen dingen te doen? Ik kan blijven zitten op dit bankje, ik kan opstaan en weggaan. Ik kan mezelf innerlijk vullen met twijfel-gedachten, ik kan ook heerlijk fantaseren over een wereld zonder kloof tussen rijkdom en armoede. Al naar gelang waar ik innerlijk of uiterlijk mijn aandacht op richt. Ik heb een innerlijk leven, vol gedachten, gevoelens, wensen en verlangens en het lijkt alsof ik helemaal vrij ben in dat gebied.

Ook dit is een ervaringsfeit. Ik kan wel aan een roze olifant denken, ik kan niet aan een roze olifant denken. Ik kan denken aan zoete bramen, mijn vriendin of de film die ik gisterenavond zag. Ik beleef van alles aan mijn gedachten. Ik kan de hele dag boekjes liggen lezen onder een boom in het bos, ik kan in de bibliotheek zitten werken aan een boek. Of gewoon helemaal niets doen. Om een lang verhaal kort te maken, op grond van deze ervaringsfeiten lijkt het alsof ik een vrij denkend en handelend wezen ben.

En weer kom ik er niet uit. Niet dat ik er meteen uit hoef te komen. Het gaat mij er nu vooral om om het vraagstuk tot in de uiterste consequenties te beleven, het vraagstuk of mijn denken en handelen worden bepaald door natuurwetten of dat ik zelf denk en handel.

Ik ga nog een stapje dieper, wederom een enerzijds/anderzijds-verhaal.

Wat bepaalt of ik blijf zitten op dit bankje in het bos of dat ik opsta van dit bankje in het bos? 

Denk en voel met mij mee. Verzin eigen gedachten-experimenten. Maak ze tot object van waarneming en beleef ze.

Het kan gebeuren dat er een wesp komt, zonder dat ik het in de gaten heb, en me zomaar plotseling steekt. Als door een wesp gestoken, vlieg ik op van het bankje. Of dat er iemand aankomt met een mes of een pistool die zegt: “Ga van dat bankje af of ik vermoord je.” Of dat ik word gebeld door de politie of het ziekenhuis met de mededeling dat ik onmiddellijk naar het ziekenhuis of politiebureau moet komen. Dat kan allemaal gebeuren. Of dat er een gezinnetje komt dat precies op deze plak wil picknicken en mij vraagt om plaats te maken. In alle gevallen is er iets of iemand buiten mij die maakt dat ik opsta van het bankje. Er zijn duidelijk aanwijsbare oorzaken die maken dat ik opsta van het bankje.

Je zou nog kunnen redeneren dat ik de vrijheid heb om me te beheersen als een wesp mij plotseling steekt, of dat ik gewoon blijf zitten als iemand mij dreigt te vermoorden, simpelweg omdat ik niet bang ben of omdat het me niets kan schelen dat ik sterf of verder leef, of dat ik me niets aantrek van de politie of het ziekenhuis, of dat ik nee zeg tegen het gezinnetje en geen plaats maak, laat ze maar een ander plekje in het bos zoeken.

Omgekeerd kan het ook gebeuren dat ik moet denken aan heerlijk zwemmen in het kanaal iets verderop. En ik sta op. Of ik wil thuis mijn kamer nog opruimen en ik sta op. Of dat ik gewoon verder wil wandelen en ik sta op. In al deze gevallen is een voorstelling van wat ik ga doen de oorzaak van mijn opstaan van het bankje. In alle gevallen heb ik steeds een duidelijk motief, in de vorm van een gedachte of voorstelling om op te staan.

Die voorstellingen roepen bepaalde gevoelens in me op. Zin in zwemmen. Lekker opruimen. Heerlijk wandelen.

Ik beleef een groeiende kloof tussen rijkdom en armoede in de wereld en ik fantaseer over een wereld waarin ik een bijdrage lever aan het dichten van de kloof tussen rijkdom en armoede.

Sommige mensen beweren dat er geen vrije wil is, omdat de wil altijd wordt veroorzaakt door het één of het ander. In bovenstaande voorbeelden zijn de oorzaken van mijn handelen of uiterlijk duidelijk aanwijsbaar of innerlijke voorstellingen. In alle gevallen ben ik me bewust van de oorzaken van mijn handelen. 

Als ik nog nader naar bovenstaande voorbeelden kijk, dan zou ik kunnen zeggen dat mijn handelen altijd wordt bepaald door toekomstvoorstellingen of inderdaad, zoals mannen als Dicky Swaab en Viktor Lamme zeggen, reacties zijn op prikkels van buiten.

Als ik door een wesp gestoken van de bank af spring, dan is dat een reactie op een prikkel van buiten af. Als iemand mij bedreigt met een mes of een pistool, dan wordt mijn handelen bepaald door de voorstelling dat ik dood ben, die voorstelling boezemt mij angst in. Als ik word gebeld door de politie of het ziekenhuis, dan handel ik vanuit ontzag voor een autoriteit, vanuit een idee dat ik autoriteiten altijd dien te gehoorzamen. Als ik plaats maak voor het gezinnetje, dan handel ik op grond van de gedachte dat het geluk van het gezinnetje dat daar picknickt groter is dan mijn geluk als ik hier blijf zitten. Als ik opsta van het bankje omdat de gedachte aan zwemmen, mijn kamer opruimen of wandelen mij drijft, dan wordt mijn handelen dus bepaald door voorstellingen van een zwemmende Jac, een opruimende Jac of een wandelende Jac.

Kortom, niet altijd, maar in vele gevallen wel, wordt mijn handelen bepaald door voorstellingen van toekomstige situaties. De voorstelling van een toekomstige situatie bepaalt mijn denken en handelen nu. Finaliteit. Iets in de toekomst, waarvan ik mij nu een voorstelling maak, bepaalt mijn handelen nu.

Vraag: hoe komen die toekomstvoorstellingen in mij tot stand? Bedenk ik ze zelf? Of is er iets of iemand in mij die ze produceren? Neurologen zeggen dat gedachten worden geproduceerd door hersenprocessen. Boeddhisten zeggen dat gedachten door hogere wezens in jouw gelegd worden. Ontstaan toekomstvoorstellingen in mij door mijzelf? Of ontstaan toekomstvoorstellingen in mij zoals honger in mij ontstaat zodra mijn lichaam voedsel nodig heeft?

In de komende hoofdstukken onderzoeken we deze vragen nader door middel van experimenten die we na kunnen denken en voelen, waarmee we ervaringen kunnen opdoen, die tot beleefbare inzichten leiden.

Hoe dan ook, voor nu lijkt het erop dat ons handelen (deels) wordt bepaald door motieven in de vorm van gedachten en voorstellingen van de toekomst. Toekomstvoorstellingen en -ideeën bepalen mijn handelen nu. Finaliteit, een stroom die vanuit de toekomst naar het heden vloeit.

Motieven zijn altijd toekomstvoorstellingen, het zijn voorstellingen van een toekomstige situatie, die voorstelling van die toekomstige situatie bepaalt mijn handelen nu. Voor zover ik handel op grond van bewuste motieven, ben ik altijd doelgericht bezig.

Ik handel niet op grond van gevoelens. Ik handel (deels) op grond van voorstellingen, motieven in de vorm van toekomstvoorstellingen. Die toekomstvoorstellingen roepen gevoelens bij mij op. Zwemmen vind ik fijn. Opruimen geeft een opgeruimd en voldaan gevoel. Wandelen geeft een gevoel van zin. Vanzelfsprekend maak je een toekomstvoorstelling pas tot motief van je handelen als die een goed, mooi en/of waar gevoel geeft. Je bent gek als je een toekomstvoorstelling tot motief van handelen maakt, als die je een slecht, lelijk en/of onheus gevoel geeft, zoals de plaatjes op de pakken rookwaar.

Ondanks dat rokers worden gevoed met voorstellingen van hoe hun longen er uit zullen zien als ze doorgaan met roken, of wat er kan gebeuren met hun keel of been of nog een anders lichaamsdeel, ze gaan door met roken. Niet een voorstelling van een mogelijke toekomst bepaalt hun handelen, maar iets of iemand anders in hen bepaalt hun handelen.

Iets wat sterker is dan motieven die goed, mooi en waar voelen. Iets wat hen drijft, voortdrijft, drijfveren.

Je zou als oefening bij alles wat je doet kunnen onderzoeken of je handelt op grond van bewuste motieven of onbewuste drijfveren. Word je doorgedreven of handel je doelgericht? En? Hoe voelt het?

Een groot deel van mijn handelen wordt bepaald door drijfveren, iets in het verleden is dan de oorzaak van mijn gedrag nu. Stel je reageert altijd agressief in bepaalde situaties, het is zelfs zo erg dat je niet meer normaal kun functioneren thuis of op je werk, dan moet je in therapie. Op de een of andere manier moet je je bewust worden van de onbewuste oorzaken van je gedrag, wil je tot werkelijke gedragsverandering komen.

Tegen het einde van het eerste deel van dit boek kom ik hier uitgebreid op terug.

Ondanks dat we weten dat ons denken en handelen de kloof tussen rijkdom en armoede alleen maar vergroot, gaan we toch door met het huidige denken en handelen dat de kloof tussen rijkdom en armoede alleen maar vergroot. Misschien moeten we als samenleving wel in therapie. Vrede voelt goed, en toch laten we ons niet leiden door een toekomstvoorstelling van vrede – I have a dream – maar door iets in ons dat ons telkens weer drijft tot oorlogssituaties. Moeten we als samenleving niet in therapie?

Of zijn de onbewuste drijfveren altijd sterker dan onze bewuste toekomstvoorstellingen? Ook al voelen onze toekomstvoorstellingen nog zo goed. Of – en dat voelt als een duister en cynisch idee – hobbelen onze toekomstvoorstellingen altijd maar achter onze acties op grond van onbewuste drijfveren (hersenprocessen?) aan? Zoals Viktor Lamme beweert. Die overigens veel geld verdient in de reclame industrie door ons te voeden met prikkels die ons tot bepaalde acties aanzetten, allemaal heel duister en cynisch.

Mijn conclusies van dit eerste hoofdstuk:

Voor zover ik me niet bewust ben van de oorzaken van mijn denken en handelen, heb ik zeker geen vrije wil. Mijn denken en handelen wordt dan bepaald door iets of iemand anders. Kan ik daar achter komen? Kan ik de oorzaken van mijn denken en handelen vinden? En zo ja, hoe?

En wat als ik handel op grond van motieven, van toekomstvoorstellingen, die ik innerlijk duidelijk beleefbaar en zichtbaar voor mijn innerlijke ogen heb? Voor zover ik me wel bewust bent van de oorzaken van mijn denken en handelen, namelijk als ik handel op grond van motieven, die ik innerlijk doorzie en beleef, zou het dan kunnen dat ik dan wel vrij (dat wil zeggen, door mijzelf bepaalt, en dus niet door iets of iemand anders bepaalt, dus ook niet door natuurwetten) handel?

Vraag is alleen: hoe komen die motieven tot stand? Hoe ontstaan de gedachten en voorstellingen in mij? Produceer ik ze zelf? Of doen mijn hersenen dat, hersenprocessen, de fysische- en chemische processen in mijn lijf? Of is er een God of zijn er engelen en aartsengelen die door mij heen denken en bepaalde gedachten en voorstellingen in mij oproepen? 

Willen we iets doen aan de groeiende kloof tussen rijkdom en armoede (aan alle sociale vraagstukken überhaupt) dan zullen we eerst de vraag moeten beantwoorden: hoe komen toekomstvoorstellingen (bijvoorbeeld de voorstelling van een economie en samenleving zonder kloof tussen rijkdom en armoede) in ons tot stand?