inleiding oer-begrippen

In dit deel van dit boek beschrijf ik op mijn manier de axioma’s van de goetheanistische sociaal wetenschap…

Of anders gezegd: in dit deel van dit boek beschrijf ik in mijn woorden de oer-begrippen en -ideeën van sociaal wetenschap.

In deel 1 beschreef ik hoe ik ooit als wiskundeleraar door middel van wiskunde (meetkunde) de jonge opgroeiende mensen hielp te leren denken op een creatieve scheppende manier… door middel van de oefeningen die ik gaf, ontwikkelden de jonge opgroeiende mensen hun zogenoemde intuïtieve denken… Ook konden ze zichzelf ervaren als in essentie scheppers van hun eigen gedachten en dus van hun motieven op grond waarvan ze handelen… 

Dit nog los van hun drijfveren. Die op een andere manier worden gevormd en die ook op een andere manier dienen te worden opgelost.

Wiskunde (meetkunde) gaat over de verhouding tussen punten, lijnen en vlakken in de ruimte. Drie punten (die niet op één lijn liggen) in de ruimte bepalen precies één vlak, drie vlakken in de ruimte (die niet evenwijdig aan elkaar zijn) bepalen precies één punt.

Door zo heen en weer te denken, word je denken bewegelijk en creatief.

En beleef je jezelf als de schepper van je eigen gedachten.

Je beleeft zuiver geestelijke inhouden in een zuiver geestelijke (innerlijke) ruimte.

Twee lijnen in een vlak bepalen één punt, twee punten in een vlak bepalen één lijn.

Enzovoorts enzovoorts

De hele wiskunde (meetkunde) kan tot een enorm bouwwerk worden. Dat enorme bouwwerk berust altijd op axioma’s. Een axioma (of postulaat) is volgens Wikipedia een niet bewezen, maar als grondslag aanvaarde bewering. 

In dit deel van dit boek, in deel 2 dus, wil ik de axioma’s van de sociale vormen (de vormen waarin wij samenleven en samenwerken) die wij mensen (bewust en onbewust) creëren schetsen. Er is echter één groot verschil met de axioma’s zoals Wikipedia het beschrijft, de axioma’s van het sociale leven, zijn niet niet bewezen, maar inzichtelijk en invoelbaar. Met andere woorden, ik stel een eis aan de axioma’s van de sociaal wetenschap, ze moeten inzichtelijk, beleefbaar en doorvoelbaar zijn door iedereen die zich met een beetje goede wil verdiept in de manier waarop wij mensen onze onderlinge betrekkingen regelen. In navolging van Goethe zal ik de axioma’s van het sociale leven (het leven dus van de betrekkingen tussen mensen) oer-begrippen of oer-ideeën noemen.

Een oer-begrip is een direct inzichtelijk en innerlijk beleefbare grondslag van de sociale vormen die wij mensen creëren. Regelen we onze onderlinge betrekkingen vanuit inzicht in die grondslagen, dan zullen we voorspoed, opbouw, gezondheid en welzijn mogelijk maken; regelen we onze onderlinge betrekkingen zonder acht te slaan op deze grondslagen, dan zullen we tegenslag, vernietiging, ziekte en lijden veroorzaken.

Oer-ideeën zijn hetzelfde als oer-begrippen, maar dan veelomvattender, rijker en gevulder. Ze zijn als het ware van dezelfde substantie gemaakt, er is er meer van. Iemand die leeft met de oer-idee van het sociale organisme kan in iedere situatie op elk moment een bijdrage leveren aan de oplossing van concrete sociale vraagstukken, maatschappelijke vraagstukken.

In dit deel wil ik dus de oer-begrippen en -ideeën beschrijven van de sociaal wetenschap. Dat zijn begrippen en ideeën die iedereen kan inzien en invoelen. Je hoeft op geen enkele manier geschoold te zijn, laat staan academisch geschoold om ze in te zien, om ze te begrijpen. Het enige wat nodig is, is goede wil, een gezond en nuchter denken en een gezond meelevend en inlevend voelen. Iedereen die dat heeft, dat gezonde denken, dat meelevende voelen, iedereen die dat wil, zich de oer-begrippen en -ideeën eigen maken, kan de oer-begrippen en -ideeën inzien en invoelen.

Merk op, ik spreek ook niet van definities. Volgens wikipedia is een definitie een samenvattende omschrijving van de kenmerken van een begrip (of idee), zodat het niet met een ander (begrip of idee) verward kan worden. Zoals we in deel 1 hebben kunnen ervaren toen we ons verdiepten in een gebruiksvoorwerp of een plant is het wezen van een gebruiksvoorwerp of plant een in zichzelf rustend scheppend begrip of idee. Met woorden kun je de oer-idee van een kopje beschrijven, zoiets als “een holte ter grootte van twee handen gevouwen tot een kommetje waarin zich een vloeistof kan bevinden die makkelijk naar de mond gebracht kan worden om die vloeistof tot zich te nemen”. Vraag ik tien verschillende mensen die door middel van de begripsoefening uit deel 1 zijn doorgedrongen tot het oer-begrip (het wezen) van het kopje, dan krijg ik tien verschillende omschrijvingen die allemaal goed kunnen zijn. Beschrijf ik tien keer achter elkaar het oer-begrip van een kopje dan zal ik dat hoogstwaarschijnlijk op tien verschillende manieren doen, die allemaal goed kunnen zijn. Het mooiste is om als groep gezamenlijk tot het oer-begrip van een kopje door te dringen om gezamenlijk tot een beschrijving te komen van dat oer-begrip, die kan het meest adequaat en omvattend zijn. Wat ik hiermee wil zeggen is, dat de begrippen en ideeën geen woorden zijn, de begrippen en ideeën zijn in zichzelf rustende scheppende krachten, die je innerlijk kunt voelen en zien. Heb je die begrippen en ideeën eigen gemaakt, dan kun je ermee werken, dan kun je ze inzetten als scheppende krachten. Die scheppende krachten kun je met woorden beschrijven, twee verschillende mensen zullen dat op twee verschillende manieren doen, een Engelsman zal dat met andere woorden dan een Chinees doen, toch hebben we het steeds over hetzelfde begrip. 

Vervallen we in een woordenstrijd, dan gaan we voorbij aan de oer-ideeën en oer-begrippen, dan nemen we onze eigen innerlijke ervaring niet serieus.

Leef je eenmaal met oer-begrippen en -ideeën, dan kun je vanuit die begrippen en ideeën scheppen. Een meubelmaker die zich het oer-idee van een tafel heeft eigen gemaakt, kan op grond van dat idee duizenden nieuwe tafels maken, die allemaal een verwerkelijking zijn van het oer-idee tafel.

Zo wil ik in dit deel de oer-ideeën van de vormen waarin wij mensen onszelf organiseren schetsen, de vormen waarin wij samenleven en samenwerken. 

Leef je eenmaal met die begrippen en ideeën, dan kun je in iedere situatie (bv je wilt als straat gezamenlijk het openbaar groen verzorgen, je spreekt af met de gemeente dat de plantsoenendienst dat voortaan niet meer hoeft te doen, maar dat de bewoners van de straat het voortaan willen/zullen doen, hoe organiseer je dat?) en in iedere constellatie (van mensen, in dit voorbeeld de concrete mensen in die straat die de zorg voor het groen in de straat in eigen handen willen nemen), tot vormen komen waarin mensen gezamenlijk werken, streven naar de vervulling van een gemeenschappelijke intentie (in dit geval er een mooie groene straat van maken).

tot slot van deze inleiding

alle oer-begrippen en -ideeën die ik in dit deel beschrijf heb ik op mijn manier doorzien en doorleeft… en ik vraag de lezer ze op zijn/haar manier te doorzien en te doorleven met een open wil, een open hart en een open geest…

Mochten er begrippen en ideeën zijn die je niet na kunt voelen, die je niet kunt inzien… roepen mijn beschrijvingen van begrippen en ideeën vragen op… stel mij de vragen… help mij om de oer-begrippen en -ideeën zo te beschrijven dat iedereen met goede wil, met een gezond denken en voelen, ze kan inzien en invoelen…

Ik wil namelijk niet dat er ook maar iets aangenomen moet worden wat niet kan worden in gezien… ik wil niet een autoriteit zijn, of iemand die door middel van macht zijn eigen voorstellingen aan anderen oplegt, nee, ik wil een leraar zijn, een Goetheanistische sociaal wetenschapper, die helderheid schept en perspectief biedt op het gebied van samenleven, samenwerken en samenwonen… op het gebied van het regelen van de onderlinge betrekkingen zo dat het recht doet aan alles en iedereen…