Het functioneren van een gezond geldsysteem

Het functioneren van een gezond kredietsysteem
Hoe functioneert een gezond kredietsysteem in een samenleving waarin de voorwaarden zijn geschapen voor het optimaal laten verlopen van de drie oer-processen en waarin de mensen gezamenlijk de inputfactoren grond(stoffen), arbeid en kapitaal beheren?

Alle mensen weten heel goed wat economische waarden zijn en dat alleen maar economische waarden uitgeruild kunnen worden tegen geld. Al het overige, vrije tijd, mooie landschappen, gezondheid, liefde enzovoorts krijgt dan alle ruimte om te ontstaan en te ontwikkelen. In overvloed.

Och mensen, er is zoveel van.

In die mooie landschappen, op die prachtige scholen waar veel leraren alle tijd hebben om de jonge opgroeiende mensen tot bloei te brengen, groeien dus mensen op, die zich steeds bewuster worden van zichzelf in de wereld zoals die is en wie ze zijn, wat ze willen en wat ze kunnen.

Tot hun achttiende minstens genieten alle opgroeiende mensen een algemeen vormende ontwikkeling allemaal verschillend, steeds op maat voor die specifieke jonge opgroeiende mensen. De een leert zus, de ander zo. De een gaat van leraar naar leraar, de ander blijft wel tien jaar onder de hoede van één specifieke opvoeder. Er hoeven geen keuzes gemaakt te worden met betrekking tot leerlijnen. Niemand hoeft zich voor hun achttiende te specialiseren. Ja, ze kiezen hun eigen scholen en leraren. Of hun ouders doen dat voor hun. Alle kinderen worden opgevoed tot in zichzelf gegronde vrije persoonlijkheden, bewust van wie ze zijn, wat ze kunnen en wat ze willen. Voor alle mensen is er een plek. Vanaf hun achttiende mag er gekozen worden. De een wil ook leraar worden, de ander maakt muziek, een derde houdt van broden bakken, een vierde heeft een passie voor schoenen, een vijfde wordt aangetrokken tot het boerenleven. De volwassenen om hen heen, ouders, leraren, opvoeders, zien dat. En voor zover ze het nog niet gezien hebben, vragen ze gewoon aan deze jonge mensen wat ze willen en hoe ze hen daarbij zouden kunnen helpen. De een verdiept zich in een bepaald vak bij die en die docenten, de ander gaat bij een orkest en wordt lid van een bepaalde muziekschool, een derde gaat in de leer bij een bepaalde bakkerij, een vierde doet stage in een schoenenfabriek en een vijfde gaat naar een landbouwschool. (Let op: er bestaan geen twee dezelfde landbouwscholen, omdat elk gebied weer specifieke bodems heeft die specifieke vormen van landbouw vragen, überhaupt leven overal verschillende mensen die ieder op hun eigen manier in dit geval landbouwscholen stichten en ontwikkelen.) Deze vijfde persoon gaat naar een landbouwschool ver weg omdat hij ook nog andere talen wil leren spreken en andere streken wil leren kennen. Allemaal helemaal goed.

Er komt een moment dat elk van deze jonge mensen helemaal op eigen benen wil staan, de leraar wil doceren op een bepaalde school waar vanuit een bepaalde mensvisie een bepaalde pedagogie wordt ontwikkeld waar hij zich thuis in voelt, de vrouw met passie voor schoenen heeft een machine bedacht om prachtige schoenen te produceren en de boer wil een bedrijf overnemen van een boer die stopt (niet in het landschap ver weg waar hij naar de landbouwschool ging, erna werkte hij overigens eerst nog een jaar in het zuiden van Frankrijk op een boerderij, toen twee jaar ergens in Midden-Amerika op een bananenplantage en tenslotte ergens bij grote graanboeren in de Oekraïne), nu wil hij weer in het land waar hij ooit opgroeide een gemengd bedrijf overnemen met zowel akkerbouw als veeteelt, samen met twee vrienden en zijn vriendin die hij op zijn wereldreis heeft ontmoet.

Aan geld geen gebrek, want iedereen krijgt, zolang hij/zij nog studeert of lerende is een basisinkomen van 1. Er is überhaupt geen gebrek. Want iedereen ontplooit zijn/haar capaciteiten optimaal in dienst van het geheel en vertrouwt erop dat het geheel hem/haar voorziet in zijn/haar behoeften. Sowieso wordt voor iedereen de behoefte aan mooie landschappen, überhaupt schoonheid, schone lucht, schoon water, tijd om je te ontwikkelen, enzovoorts, vervult, want sinds de productiemiddelen kapitaal, arbeid en grond uit het geldsysteem zijn gehaald, zijn het commons geworden, voor iedereen altijd en overal beschikbaar. In overvloed. Bovendien is afgesproken dat de best verdienende niet meer dan twaalf keer het basisinkomen verdient, de zogenoemde Bregman-norm, omdat Rutger Bregman ooit een boek schreef: Gratis geld voor iedereen. Dus de kloof tussen rijk en arm wordt nooit groter dan 12 staat tot 1. En 1 is al voldoende om in je levensbehoeften te voorzien. Verreweg het grootste deel van de mensheid verdient 4 of 5 keer het basisinkomen én leeft in overvloed. Dat wil zeggen, zij worden in alle levensbehoeften voorzien én genieten heel veel vrije tijd.

Bovendien circuleert er ongeveer evenveel geld als dat er economische waarden circuleren. Er is namelijk een wereldwijd systeem van gedecentraliseerde centrale banken, die in continu overleg met elkaar ervoor zorgt dat de hoeveelheid geld in omloop in evenwicht is met de hoeveelheid economische waarden in omloop. Hoe zorgt deze gemeenschap van banken daarvoor?

De uitvinder van het kredietsysteem, John Law (1671-1729), vroeg zich al af hoeveel geld, gecreëerd uit het niets, in omloop kon worden gebracht en door wat het uit het niets geschapen geld gedekt moest worden. Het duurde eeuwen voordat het juiste antwoord werd gevonden, pas vanaf het jaar 2020 kwamen steeds meer mensen tot inzicht in hoe de voorwaarden geschapen konden worden voor een gezond kredietsysteem.

Want wat is de essentie van het kredietsysteem? Het kredietsysteem moet ervoor zorgen dat de impulsen van individuele mensen kunnen worden verwerkelijkt in die ene wereldwijde economie. Er is dus maar één legitieme reden om nieuw geld te scheppen en dat is als een mens (of een groepje mensen) zijn/haar (of hun) innovatieve idee wil verwerkelijken. De verwerkelijking van dat innovatieve idee zal ervoor zorgen dat er met minder krachtsinspanning meer economische waarden kunnen worden gecreëerd. Met andere woorden, er komt tegelijkertijd meer tijd vrij voor meer mensen om zich bezig te houden met ontwikkeling en zorg. Of om gewoon van een onbezorgde jeugd te genieten. Of om gewoon van een mooi pensioen te genieten. Nogmaals, in mooie landschappen.

Naast dat ene wereldwijde systeem van gedecentraliseerde banken die in goed onderling overleg ervoor zorgden dat er ongeveer evenveel geld in omloop is als economische waarde, ontstaan overal in de wereld organen die kapitaal beheren namens de verschillende gemeenschappen. Kapitaal is vanaf 2020 steeds meer een common geworden, er zijn geen individuele mensen meer die kapitaal bezitten, het kapitaal is tegelijkertijd van iedereen, van niemand en van één of enkelen in het bijzonder. Zo is er ook een trust dat het kapitaal beheerd van alle schoenenproducerende ondernemingen in noordwest Europa, die in nauw overleg staat met de wereldwijde schoenenbranche überhaupt. Deze trust heeft ook zicht op de totale schoenen productiecapaciteit aan de ene kant en de behoeften aan schoenen van de bevolking aan de andere kant. Dit alles vanwege voortdurend overleg en het uitwisselen van gegevens in de schoenenbranche. Voor 2020 was het verboden om op die manier te overleggen, te associëren zeg maar. Er moest geconcurreerd worden, was de gedachte. Tot men ontdekte dat door de concurrentie juist schaarste en overvloed ontstond, er werden namelijk te veel schoenen geproduceerd voor te lage prijzen, veel van deze schoenen moesten ongebruikt weer worden vernietigd, terwijl tegelijkertijd te veel mensen niet het geld hadden om goede schoenen voor zichzelf te kopen. Door kapitaal, arbeid en grond uit het geldsysteem te halen, bleek het veel effectiever en efficiënter om juist wel te overleggen met elkaar om capaciteit op behoefte af te stemmen. Gevolg, iedereen kon goede en mooie schoenen kopen voor verschillende gelegenheden. Er waren geen overschotten die moesten worden vernietigd. De concurrentie werd verplaatst naar het culturele leven, want alleen de beste mensen met hun innovatieve ideeën kregen krediet om de schoenenindustrie een impuls te geven. Wat altijd tot gevolg had dat mensen uit de productie van schoenen konden stromen, maar dat gaf helemaal niet, want dan konden ze hun tijd voortaan besteden aan zorg en ontwikkeling. Overigens was de gemiddelde werkweek in de schoenenindustrie sowieso maar tien uur. De gewone mensen in de schoenenproductie verdienden 3 keer het basisinkomen. Met tien uur werken per week. Ze werkten twee dagen per week van 9 uur tot 3 uur.

Onze dame met passie voor mooie schoenen had na haar algemene-ontwikkeling-schooltijd niet alleen stage gelopen bij verschillende schoenenfabrieken en -werkplaatsen in verschillende streken, ze was ook in de leer geweest bij schoenen designers in Spanje, had een tijdje machinebouw gestudeerd in Duitsland en was de assistent geweest van de directeur verkoop van schoenenhandel in Canada. Tenslotte was ze lid geworden van een ontwikkelteam van een schoenenfabriek in Brazilië en nu had ze een idee voor een totaal nieuw soort schoenen productiemachine, een soort drie-d-printer die de schoenen produceerde, die mensen thuis via bepaalde software op hun computer ontworpen. Zij ging naar een trust dat het kapitaal beheerde van de schoenenbranche in noordwest Europa met de vraag of ze haar het krediet wilde geven om die machine te bouwen en in productie te nemen.

De beheerders van het kapitaal beoordeelden haar aanvraag niet op financieel rendement, maar of deze volgende stap in haar biografie ook paste in haar biografie, of er ruimte was voor deze innovatie in de huidige werkelijkheid van de schoenenproductie, -distributie en -consumptie, waar welke schoenmachines uit de productielijnen konden worden genomen enzovoorts enzovoorts. Na zorgvuldig overleg met allerlei mensen die haar docenten waren geweest, met haar hadden gewerkt, enzovoorts, na goed onderling overleg met betrekking tot uitbreiding van capaciteit afgestemd op behoefte, besloot de trust haar het krediet te geven.

Het krediet omvatte 500.000 geldeenheden, die uit het niets werden gecreëerd. Wat niet meer en niet minder betekent dat zij het vertrouwen kreeg van de gemeenschap om haar innovatieve idee te verwerkelijken, zij werd vrij gemaakt om dat te doen. Voor dat geld werd de machine gebouwd in een nieuwe hal, waar zo’n 50 medewerkers aan het werk konden. Deze 50 medewerkers stroomden door van een schoenproductie-hal die tien jaar had gedraaid en nu uit productie werd genomen. De materialen uit de oude hal werden zoveel mogelijk gerecycled. Zo’n 50 andere medewerkers konden uitstromen en voortaan al hun tijd besteden zorg en ontwikkeling. Of gewoon genieten van hun pensioen. Met behoud van inkomen.

Deze 500.000 geldeenheden betreft een lening aan deze dame. Het is leengeld, zij moest gedurende tien jaar, zolang haar drie-d-schoenenprinter functioneerde, rente en aflossing betalen aan de trust die het kapitaal beheerde. Echter op het moment dat dit leengeld werd uitgegeven aan mensen om deze machine te bouwen, aan medewerkers om de eerste schoenen te produceren, aan zichzelf om de huur van haar huis en haar kleding en voedsel te betalen, functioneert dit geld als koopgeld. Het werd gebruikt om economische waarden te kopen.

Drie maanden nadat ze het krediet ontving, rolden de eerste schoenen uit de machine. Ze waren direct al verkocht, immers mensen konden vanuit huis de schoenen ontwerpen en bestellen voor een bepaalde prijs. De schoenen werden ingepakt en verzonden. En het geld begon te stromen.

Van de omzet werden de medewerkers betaald, leerlingen en stagiaires kregen 1, de productiemedewerkers kregen 3, de vier afdelingshoofden kregen 4 en onze dame kreeg 6 keer het basisinkomen. De organisatie was behoorlijk zelfsturend en zichzelf organiserend. De prestaties werden betaald, niet de arbeid.

En verder werden alle kosten betaald, inkoop van materialen, energie, onderhoud van de machine en de gebouwen.

Tenslotte werd de rente en aflossing betaald.

Nadat alles betaald was, bleef er nog zo’n 20% winst over. Deze winst stroomde rechtstreeks het culturele leven in. Alle medewerkers bepaalden mede naar welke organisaties in het culturele leven de winst ging. Een deel ging naar een kinderziekenhuis, een deel ging naar een kleuterschool in een bos in de buurt, een deel ging naar een ontwikkelbedrijf voor speciale schoenen voor gehandicapte mensen, de rest ging naar het plaatselijke theater. Eens per jaar werd opnieuw gekeken naar welke instanties de winsten gingen. Winsten verdwenen nooit meer in de zakken van individuele mensen, of aandeelhouders of wie dan, die geen enkele prestaties hadden geleverd, maar altijd weer naar het culturele leven, het maatschappelijke domein waar mensen zichzelf ontwikkelden en waar de nieuwe ideeën voor nieuwe nog betere en mooiere schoen productiemachines ontstonden.

Maar ook het afbetaalde krediet stroomde naar het culturele leven. Er werd de gebouwen van scholen en ziekenhuizen van gebouwd en onderhouden. Er werd wegen voor aangelegd. Recreatiegebieden werden verzorgd. Enzovoorts enzovoorts. Van de rente leefden de beheerders van het kapitaal. In de regel kwam dat neer op 5 á 6 keer het basisinkomen. Het geld waar de beheerders van het kapitaal van leefden werd besteed aan economische waarden die voorzagen in de materiële behoeften van deze beheerders, en stroomde dus gewoon weer het economische leven in.

Niemand kon vermogen opbouwen dat werd geïnvesteerd in projecten die rendement moest opleveren. Dat was verleden tijd. Alle overschotten vloeiden in de vorm van schenkgeld het culturele leven in brachten steeds meer mensen in steeds grotere landschappen tot bloei.

Tien jaar na ingebruikname van de drie-d-printer van onze dame met passie voor schoenen was de rente en aflossing klaar, werd de machine afgeschreven en uit productie genomen. Intussen draaiden er overal al veel betere versies van deze machine. De 500.000 geldeenheden die destijds waren geïnvesteerd in de machine werden uit de roulatie genomen.

In die tien jaar waren de werkweken in de schoenproductie inmiddels teruggelopen van 10 uur per week naar 8 uur week. Nog steeds verdiende de gemiddelde medewerker in de schoenproductie 3 keer het basisinkomen. Veel mensen in de schoenproductie werkten ernaast ook nog in de zorg, deden aan toneel, zongen in een koor of vertelden verhalen aan jonge kinderen of oude mensen.

Antwoorden op de oer-vragen van de bankier
Geld maakt dus een cyclus door. Het ontstaat als leengeld aan mensen die hun innovatieve ideeën willen verwerkelijken in die ene wereldwijde economie, het rouleert als koopgeld in het economische leven, koopgeld en economische waarden worden met elkaar uitgeruild, en het verdwijnt als schenkgeld in het culturele leven.

Mag geld uit het niets worden gecreëerd?

Ja, om de ideeën van mensen en groepen van mensen te verwerkelijken in het economische leven. Immers initiatieven ontstaan ook uit het niets.

Hoeveel geld mag worden gecreëerd?

Zoveel als nodig is om productiemiddelen te vernieuwen.

Door wat wordt het geld gedekt?

In diepste zin wordt het geld gedekt door de scheppende activiteit en de creativiteit en liefde van individuele mensen. Praktisch wordt de hoeveelheid geld in de wereld gedekt door de hoeveelheid draaiende productiemiddelen, die van iedereen zijn… Alle mensen zijn in zekere zin de aandeelhouders van alle draaiende productiemiddelen en dienen dus ook te genieten van het rendement uit die productiemiddelen in de vorm van steeds meer zorg, onderwijs, muziek, theater, zingen, bossen, zeilen op het water, kunst, religie, wetenschap enzovoort.

Hoe lang mag eenmaal gecreëerd geld rouleren?

Zolang als de productiemiddelen die gefinancierd zijn door het oorspronkelijke krediet draaien. Zodra de productiemiddelen zijn afgeschreven en uit de productie worden gehaald, dient het oorspronkelijke bedrag dat was geïnvesteerd in dat productiemiddel ook uit de roulatie te worden genomen.

Geen zorg, inmiddels zijn er alweer heel veel en veel betere machines in gebruik genomen.

Moet geld dus weer uit roulatie worden gehaald?

Ja.

Is op deze wijze de hoeveelheid geld in omloop in evenwicht met de hoeveelheid economische waarden in omloop?

Ja.

Wat gebeurt er als prijzen stijging voor bepaalde economische waarden?

Dan moet er flink geïnvesteerd worden in die specifieke economische waarde.

Wat gebeurt er als prijzen dalen voor bepaalde economische waarden?

Dan moeten er productiemiddelen uit de productie worden genomen voor die specifieke economische waarde, inclusief het oorspronkelijke krediet voor dat productiemiddel.

Kapitaal en grond wordt beheerd in trusts volgens bepaald regels en afspraken die mensen in bepaalde streken met elkaar bepalen.

Niet de arbeid wordt betaald, mensen zijn nooit meer in dienst bij andere mensen, alleen de prestaties worden betaald. Iedereen ontvangt een basisinkomen van 1. Ongeveer een kwart van de wereldbevolking levert een basisproductie van 4.

De meest verdienende mensen in de samenleving hebben een inkomen van 12 keer het basisinkomen. In de praktijk komt dat nauwelijks voor. En alleen als het hem/haar gegund wordt door de medewerkers respectievelijk de bevolking voor uitzonderlijke betekenis voor de samenleving.

Kun je de vervorming binnen het huidig kredietsysteem beschrijven?
In de huidige samenleving is eigenlijk alleen maar vervorming van het kredietsysteem, als gevolg van:
Rendementsdenken, elk krediet moet financieel rendement opleveren,
Geld scheppen niet om innovatieve ideeën te verwerkelijken, maar om te handelen in rechten (koop en verkoop van inputfactoren), te speculeren, mensen te verleiden iets anders te doen dan dat ze eigenlijk zouden willen doen,
Geld stroomt niet door naar het culturele leven,
Geld verdienen wordt als doel op zich gezien en niet als middel om arbeidsdeling mogelijk te maken en mensen en landschappen tot bloei te brengen.

De laatste vragen
Vragen: Kun je het leven van een boer, een schoenmaker *, een leraar beschrijven van geboorte tot dood in de economie die jij ziet?

Mijn antwoord:

Het leven van een schoenmaker schetste ik al min of meer, tot en met het achttiende levensjaar verschilt die niet zoveel van het leven van een boer of leraar. Alle opgroeiende mensen genieten een algemene scholing tot in zichzelf gegronde vrije persoonlijkheden. Ze groeien op in overvloed, in bloeiende landschappen waarin bloeiende mensen veel zorg besteden aan zichzelf, elkaar en de landschappen waarin ze wonen.

Het onderwijs is volkomen vrij. Dat wil zeggen dat iedereen zichzelf leraar mag noemen, een school mag stichten, vanuit een pedagogische visie een curriculum mag ontwikkelen enzovoorts enzovoorts. Concurrentie vindt niet meer plaats in het economische leven, maar in het culturele leven. Omdat het onderwijs vrij is, zullen ouders en later de leerlingen zelf hun scholen en leraren kiezen. Sommige mensen die zichzelf tot leraar maken, zullen geen leerlingen trekken en dienen daar hun conclusies uit te trekken, misschien zijn ze beter in iets anders. Andere leraren en scholen zullen heel veel leerlingen trekken, inclusief schenkgeld om hun scholen te ontwikkelen. Er zullen geen twee dezelfde scholen ontstaan, omdat alle scholen door verschillende leraren in verschillende streken worden opgezet en ontwikkelt. De ene school zal in een bos zijn, met veel activiteit buiten, de andere in een stad, de een meer op kunst gericht, de ander op sport enzovoorts. Alle scholen hebben gemeen dat ze algemeen vormend zijn en als diepste doel het opvoeden van opgroeiende mensen tot vrij scheppende en reizende mensen, creatief en liefdevol. Voldoet een school niet aan deze diepste intentie, bijvoorbeeld omdat een school erop gericht is om de blanke mens als superieur te zien t.o.v. alle andere mensen die ondergeschikt moeten worden gemaakt of zo… dan worden die scholen simpelweg verboden… door de gemeenschap….
Vanaf het achttiende levensjaar kunnen er voor praktijkgerichte onderwijs worden gekozen, scholen voor de landbouw, scholen voor theater, scholen voor het bouwen van huizen, scholen voor het beheren van land, of een combinatie daarvan… ook weer op allerlei verschillende manieren… scholen voor kunst, scholen voor wetenschap, scholen voor het ontwikkelen van rituelen die mensen helpen hun verbinding met zichzelf, elkaar en de aarde te verzorgen… enzovoorts enzovoorts enzovoorts… scholen voor de omgang met elementenwezens, scholen voor geneeskunde…. Iedereen is altijd en overal vrij om wat voor school dan ook te doen, zijn/haar eigen docenten te kiezen… Een school sluit je niet af met een examen en een diploma, maar met een getuigschrift waarin jouw leraren hebben beschreven wie je bent, wat je kunt en wat je wil en hoe jouw ontwikkeling is…

Alle scholen, en zeker de scholen die opleiden tot… staan in nauw contact met de beroepsgroepen waar ze toe opleiden én tot de trusts die het kapitaal beheren om die beroepsgroepen te ontwikkelen… zowel om de scholen te financieren met schenkgeld, als om mensen die doorstromen van school naar het leven te voorzien van krediet van leengeld…. Of mensen krediet krijgen wordt beoordeeld onder andere door de leraren… maar ook door de mensen waar leerlingen stage hebben gelopen of al hebben gewerkt… maar ook door organen in die beroepsgroep die zien dat capaciteit uitgebreid moet worden om te voorzien in toenemende behoeften…

Neem een opgroeiend mens met bijzondere interesse in de landbouw. Zoals alle kinderen gaat hij eerst wel/of niet (want ook dat is vrij, je hoeft niet naar een school, je mag naar een school als je wilt, ouders kunnen er ook voor kiezen om hun kinderen thuis te houden, onderwijs is immers vrij…) naar algemeen vormend onderwijs. In het geval van deze jongen is dat een school aan de rand van de stad waar kinderen het verkeer tussen stad en platteland kunnen beleven. Enerzijds richt het onderwijs zich op het ontwikkelen van alles wat nodig is om in een stad te leven, anderzijds wordt er veel in de tuin gewerkt en voor dieren gezorgd. Deze opgroeiende jonge man ontwikkelt speciale interesse in het verzorgen van tuinbouw. Zelfs op zaterdag en zondag gaat hij naar school, zelfs in de vakantie, om de schooltuin te verzorgen. Hij is ook goed in andere dingen, in talen bijvoorbeeld, in geschiedenis, hij is muzikaal, maar het allerfijnst vindt hij het werken in de tuin.

Op zijn achttiende kiest hij ervoor om naar de tuinbouwschool in het zuiden van Duitsland te gaan. Daar heerst een klimaat dat wel drie oogsten per jaar mogelijk maakt. Daar leer je snel. Bovendien zijn er enkele beroemde leraren die directe omgang hebben met elementenwezens om het beroep van tuinder te verdiepen. Hij blijft drie jaar op die school en leert veel mensen kennen uit vele windstreken, o.a. De zoon van een boer uit het noorden van Engeland. De zoon wordt een vriend en samen besluiten ze om eerst maar eens een tijd te gaan werken bij de vader van de vriend. Zo gezegd, zo gedaan. Al doende ontdekt onze jongeman dat hij vooral goed is in paprika, komkommer en tomaten in de ietwat kouwere streek in het noorden van Engeland. Weliswaar lukt het hem om maar één keer per jaar te oogsten, maar wat hij weet te oogsten is van uitzonderlijke kwaliteit en hij specialiseert zich in het telen van paprika, komkommer en tomaat in kouwere streken of zanderige gronden. Dit alles in samenspraak met de elementenwezens van die gewassen in relatie tot de landschapswezens van die streek. In het vierde jaar van zijn werk komt er een tuinbouwbedrijf vrij in de buurt, de tuinder aldaar gaat met pensioen. Bovendien heeft hij de manier gevonden om paprika’s, komkommers en tomaten te telen m.b.v. een machine die werkt op levensenergie. Onze inmiddels 24-jarige jongeman solliciteert bij de lokale trust die de tuinbouwgronden in die streken beheerd en het kapitaal van de tuinders en krijgt het stuk grond toegewezen inclusief een krediet om zijn machine te bouwen. Zijn bedrijf wordt een enorm succes. Hij maakt enorme winsten waarvan een onderzoeks- en ontwikkellaboratorium van wordt opgezet voor landbouwmachines die werken op levensenergie. De mensen in de streek gunnen hem een inkomen van 8 keer het basisinkomen. Zijn centrum trekt, onderzoekers, leraren en veel leerlingen aan van heinde en verre en wereldwijd worden zijn technieken toegepast in de kouwere streken. Niet alleen voor paprika, komkommer en tomaat, maar ook voor andere gewassen worden er nieuwe teelttechnieken ontwikkeld steeds in samenspraak met de elementenwezens van de gewassen en de landschapswezens van de landschappen waarin deze technieken worden toegepast. Het inkomen van onze getalenteerde man stijgt zelfs naar 12 keer het basisinkomen, maar dat slaat hij vriendelijk af. Hij heeft echt niet meer nodig. Wel bouwt hij voor hem en zijn gezin een prachtig huis aan de rand van de dichtstbijzijnde stad waar wederom de brugfunctie tussen stad en platteland zichtbaar wordt. Op zijn vijftigste al draagt hij zijn grond over aan een jonge talentvolle tuinder. Vanaf dat moment houdt hij zich alleen nog bezig met het verder ontwikkelen van nieuwe teelttechnieken, als onderzoeker, als leraar en adviseur. Hij schrijft verschillende boeken en reist de hele wereld rond. Hij stimuleert anderen om op dezelfde manier onderzoek te doen naar het telen van andere gewassen in andere streken. Als hij 72 is gaat hij met pensioen. Op zijn 93ste sterft hij. Niet alleen veel mensen eren hem, maar ook de elementenwezens eren hem. Op de dag van zijn begrafenis bloeien overal in de wereld rozen op. Zomaar. Op een koele dag van de 22ste Februari in het jaar 2131.

Als het moet, kan ik ook biografieën verzinnen van minder succesvolle mensen en laten zien dat ook zij tot hun recht komen. Iedereen krijgt immers een basisinkomen. Iedereen mag zijn/haar eigen weg vinden in het leven. Er is voldoende tijd voor heel veel mensen om te zorgen en te begeleiden. Niemand raakt bekneld of tussen de wal en het schip. Er zijn zelfs mensen met psychische- of geestesziekten die zich terugtrekken in de bergen, aan zee of in bossen. Maar ook voor hen wordt gezorgd, worden voorwaarden gecreëerd om een menswaardig bestaan te hebben te leven naar hun mogelijkheden.

Het verhaal van de leraar lijkt op die van de tuinder. Het grote verschil is dat hij uiteindelijk een eigen school sticht, wat aanvankelijk moeilijk op gang komt, hij krijgt niet veel geld, er zijn nauwelijks leerlingen, niet omdat hij niet iets te onderwijzen heeft, maar omdat hij een volkomen nieuwe richting inslaat op het gebied van communiceren en communicatie- technologie. Hij maakt het zelfs mogelijk voor doven en blinden om met elkaar te communiceren door gebruik te maken van de gevoelige natuur van bepaalde mensen om een nieuw soort spraak- en luister-orgaan te ontwikkelen. Hij wordt daarbij geholpen door een bewegingskunst, die door middel van beweging de ontwikkeling van bepaalde organen mogelijk maakt. Na veel ups en downs komt zijn school toch tot ontwikkeling. Er bestonden namelijk nog geen trusts die de ontwikkeling van scholen in die richting mogelijk maakten.

Kun je laten zien hoe alles praktisch werkt?

In hoeverre blijkt dat nog niet uit mijn voorbeelden hierboven?

En ons laten zien hoe hun leven in ons huidige economie werkt, zodat wij het verschil kunnen zien tussen die twee.

De huidige economie is gebaseerd op strijd van allen tegen allen om zoveel mogelijk bezit, ook van grond, arbeid en kapitaal, met als resultaat steeds minder winnaars die steeds meer bezitten en steeds meer verliezers die gezamenlijk steeds minder bezitten.

De nieuwe economie is gebaseerd op goede onderlinge afstemming van capaciteit op behoeften waarbij de winst voortdurend stroomt naar de oorsprong van vernieuwing, namelijk het culturele leven, kunst, wetenschap, religie, onderwijs en zorg. Omdat de winst naar het culturele leven stroomt zullen steed meer mensen in steeds mooiere landschappen tot bloei komen, hun potentie als mens ontplooien.

De kloof tussen rijk en arm wordt getransformeerd in een gezonde balans tussen productie, distributie en consumptie van economische waarden enerzijds en zorg en ontwikkeling in het culturele leven anderzijds.

Geef mij een helder beeld van leen, koop en schenkgeld in jouw samenleving?

In hoeverre zijn bovenstaande voorbeelden nog niet duidelijk genoeg?

Vertel mij meer over de geest, ziel en lichaam van de samenleving en de verbinding met grond, kapitaal en arbeid.

Heel verhaal, verdient een apart hoofdstuk in m’n te schrijven boek.

Kun je ingaan op de overbekende beelden in de alternatieve wereld zoals:

4% van al het geld op aarde zit in de reële economie, de rest in het global casino
Dat klopt. Of erger nog, nog geen 3% van al het geld zit de de reële economie.

Positive Money en de transformatie van het huidig geldsysteem.
Het meegeven van goede intenties met het geld wat je schenkt of leent, doet natuurlijk wel iets. Het creëren van alternatieve geldeenheden op basis van andere afspraken en/of voorwaarden doet natuurlijk wel iets. Maar het raakt de essentie van het huidige gecorrumpeerde geldsysteem niet. Om het huidige geldsysteem te begrijpen, moet je inzien dat we deel uitmaken van één wereldwijde economie en dus ook van één wereldwijd geldsysteem dat wordt gedekt door alle draaiende productiemiddelen van dit moment. Geld een goede intentie meegeven als je het schenkt of leent, maakt het mogelijk dat ergens goede dingen worden gedaan of mooie productiemiddelen ontstaan. Maar dat verzuipt in de kankergezwellen van het veel te veel geld dat ontstaat door ook te handelen in en te speculeren met grond en kapitaal. Ook het creëren van nieuwe geldsoorten, locale munten, enzovoorts doet wel iets, het creëert een kleine sub-economie in die ene wereldeconomie, maar als mensen blijven denken in financieel rendement op hun investeringen (in welke geldeenheid dan ook) en in zoveel mogelijk geld verdienen door zo weinig mogelijk inspanning (in welke geldeenheid dan ook), dan zal er niet of nauwelijks iets veranderen, hoogstens wat verschuiven. Het geldsysteem wordt vanzelf gezond als de productiemiddelen uit het geldsysteem worden gehaald en de mensen nieuwe vormen van beheer en eigendom van grond, arbeid en kapitaal ontwikkelen.

Belasting heffen voor de rijksten van 70%
Belasting heffen voor de rijksten heeft totaal geen zin. Zij zijn immers zo rijk omdat zij tot de 1% mensen behoren die 80% van de grond en het kapitaal bezitten. Zij bepalen op dit moment wie wel/niet krediet krijgen, zij bepalen op dit moment wat er wel/niet met de grond wordt gedaan. Dagelijks stromen er miljarden geldeenheden van de 99% naar die ene % in de vorm van rente en aflossing. Geld dat door hard werken in de reële economie wordt verdiend. Als deze allerrijksten 70% belasting zouden moeten betalen, dan zou het allergrootste deel ervan direct weer terug vloeien naar hun. Het enige wat echt zin heeft, is het uit het geldsysteem halen van grond, arbeid en kapitaal. Daarmee breekt de macht van de allerrijksten. Voortaan moeten zij net als iedereen prestaties leveren om geld te verdienen. Voor zover ze niet tevreden zijn met het basisinkomen van 1 dat iedereen sowieso krijgt om dat ongeveer een kwart van de wereldbevolking zorgt voor een basisproductie van 4.

Het geld wordt geschapen vanuit het niets door de Bank. Rente maakt zoveel kapot.
Rente an sich maakt helemaal niets kapot. Wat kapot maakt is de handel in en het speculeren met de productiemiddelen grond, arbeid en kapitaal en de spin off daarvan zoals de handel in en het speculeren kunst, crypto currencies en sportuitslagen.

Als er alleen nog maar gehandeld wordt in economische waarden, dan is de rente die bankiers ontvangen het inkomen voor hun werk (het beheren van kapitaal en grond) dat ze spenderen aan economische waarden die voorzien in hun materiële behoeften. Dus niet de rente maakt kapot, maar de handel in en het speculeren met niet economische waarden.

Hoe zie jij dit? Wat heb je hier op aan te vullen?