een ontwikkelingsbegrip

Ik beleef de mens als een zichzelf ontwikkelend wezen, als deel van het gehele universum, dat ook een organisch zichzelf ontwikkelend geheel is. Oorspronkelijk was de mens deel van het geheel, maar onbewust van zichzelf. Er was eenheid. Vervolgens viel hij uit dat geheel en werd hij zich steeds bewuster van zichzelf, verdeeldheid. Dit ‘eruit vallen’ ligt aan de constitutie van de mens, hij ziet zichzelf vs het andere en noemt zichzelf subject en het andere object. Kortom, d.m.v. van het denkende bewustzijn dat de mens langzaam ontwikkelde ziet hij zichzelf als subject t.o.v. het andere als object. In werkelijkheid bestaat de eenheid van werkelijkheid nog steeds. De mens als subject maakt samen met al het andere als object deel uit van één wereldgebeuren. En sinds een jaartje of 150 maakt de mens bovendien deel uit van één wereldwijde economie. Ofwel, ooit was de mens een met het al. Toen, door het denkende bewustzijn viel hij uit dat al, maar bleef in werkelijkheid deel van dat al. En nu streeft de mens ernaar om vanuit inzicht in zichzelf én het geheel opnieuw een geheel te creëren, cq zich in te voegen in het geheel, maar nu dus zelfbewust. Niet om de oorspronkelijke eenheid te herstellen, maar om een nieuwe heelheid te creëren. Zo zie ik de ontwikkeling van de mens.

In bijbelse termen: de mens was ooit één in het paradijs, daar viel hij uit en werd zelfbewust. En nu streeft de mens zelfbewust naar heelheid, naar het Nieuwe Jeruzalem.

In evolutionaire termen: de mens was ooit één met de natuur. Hij viel uit de natuur, werd van zichzelf bewust als subject ten opzichte van de natuur als object. En streeft er nu naar om een cultuur te creëren waarin de mens, zelfbewust, heel is.

Vanuit dit ontwikkelingsbegrip volgt nu de vraag: hoe kunnen wij mensen zelfbewust een (wereld)samenleving creëren waarin alle mensen elkaar (en de aarde zelf) mogelijk maken?

Of anders gezegd: is het mogelijk een samenleving te creëren waarin we niet zoals nu van elkaar vragen dat de mens (en de Aarde) zich aan moet passen aan een systeem (aan een model), maar waarin iedereen (inclusief de Aarde) zichzelf kan zijn?