De vier scenario’s (1917)

inleiding

Je zou verwachten dat sinds het begin van de moderne tijd (15e eeuw) en zeker vanaf de Franse Revolutie de drie-standen-maatschappij werd omgevormd tot een samenleving dat recht doet aan alle individuele mensen als onderdeel van één wereldwijde economie. Hoe? Door een cultuur te creëren waarin de mensen het eigen leven en de eigen ontwikkeling zelf kunnen bepalen (vrij), een rechtsorde te ontwikkelen waarin alle mensen mede de vorm ervan kunnen bepalen (gelijk) en een economie waarin die ene wereldwijd gezamenlijk geproduceerde koek onderling eerlijk verdeeld wordt (samen).

Zover is het nog (lang) niet.

In plaats van de vorming van een wat wij (het Veerhuis, Economy Transformers) noemen vrij, gelijk, samenleving, ontstonden in werkelijkheid vervormingen van aspecten van de voorheen afzonderlijke drie standen. Al naar gelang hoe de mens zichzelf in de werkelijkheid begrijpt en of hij denkt en handelt vanuit angst & controle of vanuit liefde & vertrouwen.

Je zou kunnen zeggen dat de tegenwoordige mens zich beweegt op de individualiserings-as van vrij (zelf bepaald) en onvrij (vreemd bepaald) en op de globaliserings-as tussen samen (denkend vanuit het geheel, in verbinding) en afgezonderd (denkend aan zichzelf of alleen de gemeenschap waar hij deel uitmaakt, uit verbinding).

Mensen die vanuit het geheel denken, die zichzelf begrijpen als deel van die ene hele werkelijkheid, noem ik hier ‘in verbinding’; mensen die in belangen denken, zichzelf centraal stellen, zichzelf in zekere zin ook buiten de werkelijkheid plaatsen, noem ik hier ‘uit verbinding’. 

Langs de assen van individualiseren tussen vrij en onvrij (zelf- en vreemd bepaald) en globaliseren tussen samen en verdeeld (vanuit het geheel gedacht, vanuit een deel gedacht) ontstaan vier scenario’s van hoe de mens zichzelf kan organiseren in een samenleving. Drie van de vier scenario’s ontstaan van buitenaf, worden ons opgelegd, laten wij gebeuren vanuit angst & controle; één scenario ontstaat van binnenuit, scheppen we zelf, omdat wij het willen, vanuit liefde & vertrouwen.

Voor zover ik kan nagaan verlangt ieder mens naar een menswaardige samenleving zoals geschetst in het kwadrant rechtsboven. Een samenleving waarin we samen in elkaars basisbehoeften voorzien en tegelijkertijd als persoon vrij en als mens gelijk zijn voor elkaar. Deze samenlevingsvorm kan alleen ontstaan als we die met bewustzijn scheppen, vanuit vrije wil. Een aarde- en menswaardige samenleving ontstaat tussen zelfbewuste mensen, die zo’n samenleving gezamenlijk willen. Dat is feitelijk ook heel logisch. Een aarde- en menswaardige samenleving kan niet onbewust ontstaan in een concurrentiestrijd of door ‘wijze’ mensen worden opgelegd aan alle overige mensen, zelfs als ze democratisch zijn gekozen. Het is de verantwoordelijkheid van eenieder van ons om een aarde- en menswaardige samenleving te willen en er onze bijdrage aan te leveren, vanuit liefde en vertrouwen én vanuit inzicht in het wezen van de mens én het samenleven. Het ontstaat in het spel tussen mensen, door ons te verdiepen in onszelf en elkaar, door begrip te ontwikkelen en op grond van dat begrip ons met elkaar te verbinden.

En dit is ook waar: of we nu de dingen bewust of onbewust doen, denkend en handelend leveren we altijd en overal bijdragen aan één of meerdere scenario’s. Voor zover we vanuit angst & controle denken en handelen ontwikkelen we mede één of meerdere van de drie van buitenaf opgelegde scenario’s, voor zover we vanuit liefde & vertrouwen denken en handelen co-creëren we de vrij-gelijk-samenleving. Er is geen ontsnappen aan, wij maken altijd en overal denkend en handelend deel uit van die ene werkelijkheid, dus alles wat wij denken en doen vormt ook mede die ene werkelijkheid.

Bolsjewisme versus Wilsonisme (1917)

In 1917 werden twee van de vier mogelijke scenario’s letterlijk van buitenaf ingevoerd, in het oosten het Bolsjewisme en in het westen het Wilsonisme.

In Rusland vond in 1917 eerst de februari- en vervolgens de oktoberrevolutie plaats. Tijdens de februarirevolutie werd de Tsaar afgezet en de macht overgenomen door burgers die democratie wilde invoeren in het toenmalige Rusland. Tijdens de oktoberrevolutie nam één van de partijen onder leiding van Lenin de absolute macht over en ontstond de Sovjet-Unie (1917-1989).

In datzelfde jaar kwam de Amerikaanse president Woodrow Wilson met zijn zogenoemde veertien punten als basis voor een nieuwe wereldorde, zogenaamd om de wereldvrede te bewerkstelligen. In werkelijkheid vormden deze veertien punten (in combinatie met het door de Federal Reserve verworven monopolie op het scheppen van dollars uit het niets) de basis voor een wereldwijde arena waarin vrij gehandeld kon worden niet alleen in goederen, maar ook in de productiemiddelen kapitaal, arbeid en grond(stoffen).

Het Bolsjewisme in het oosten was feitelijk een replica van de hiërarchisch centraal geleide samenlevingsvorm van het oude Egypte, terwijl het Wilsonisme in het westen aansloot bij de platte (vecht- en uitwisselings)vormen van de zwervende volkeren over de grote vlaktes.

Pan-Europa vs driegeleding van het sociale organisme

Minder bekend is dat in datzelfde jaar 1917 in bepaalde kringen in Europa het idee ontstond voor een Pan-Europa, een verenigd Europa naar voorbeeld van het Heilige Roomse Rijk. En dat de filosoof en antroposoof Rudolf Steiner de idee van de drie-gelede samenleving concipieerde op basis van zijn onderzoek naar de ontwikkeling van de mens als geest, ziel én lichaam.

Zo ontstonden in dat jaar 1917 dus vier scenario’s die ik bij deze één voor één behandel.

het kwadrant rechtsonder (zelf-bepaald, uit verbinding): de strijd om bezit staat centraal in dit scenario

Hoe zien samenlevingsvormen eruit als de individuen van die samenleving weliswaar ‘vrij’ (= zelf-bepaald) zijn, maar niet vanuit het geheel denken?

De individuen in deze samenleving hebben zichzelf wel waargenomen, echter ze hebben zichzelf niet begrepen. Ze hebben dus een onjuist begrip op zichzelf betrokken. Ik noem dit een ‘ego’. Het ego bestaat uit één of meerdere schijnwezens. Een ‘ego’ is een ‘ik’ uit verbinding. (En omgekeerd: een ‘ik’ is een ‘ego’ in verbinding.) Een zelf die zichzelf niet heeft ervaren als een liefdevol scheppend spiritueel wezen, dat deel is van het algemene wereldgebeuren, maar zichzelf bijvoorbeeld begrijpt als een complex van fysische- en chemische processen los van een werkelijkheid ‘an sich’. Dit maakt hem angstig en onzeker en dus dat hij angstig en onzeker denkt en handelt. Bovendien kan zo’n individu geen liefde voor zichzelf voelen, het is immers uit verbinding. Het zoekt liefde, erkenning, waardering buiten zichzelf in allerlei vormen, voornamelijk in de vorm van geld, macht en aandacht. Onder alle angst en onzekerheid en schijnzelven die het heeft ontwikkeld om de angst en de onzekerheid te compenseren, zit een enorme pijn. Een ego beleeft zichzelf afgezonderd van het geheel en dat doet uiteindelijk verschrikkelijk pijn.

Dit scenario noem ik ook wel het vals-vrij scenario. Het is een vervorming van een juist vrij, gelijk, samen omdat het vrij, gelijk, samen geheel in beslag wordt genomen door de vrije markt economie, niet alleen strijd om bezit (niet samen, uit verbinding), maar ook strijd om macht (ongelijk) en strijd om aandacht (onvrij).

De samenlevingsvorm die bij dit ‘vrij’- en ‘samen’-begrip hoort, is de Anglo-Saksische democratie en de vrije markteconomie, waarvan het Wilsonisme dus de basis vormde. Waarin zowel op economisch- als politiek vlak ‘ego’s’ strijden om maximalisatie van winst respectievelijk macht. En de cultuur feitelijk bepaald wordt door de strijd van ‘ego’s’ om zoveel mogelijk aandacht. (Kunstenaars zoeken publiciteit, wetenschappers strijden om publicaties in de beste bladen, musici strijden om de hoogste hitnoteringen enzovoorts.)

Het zelf-bepaald-zijn (van het ego) heeft in deze samenlevingsvorm betrekking op de economie. En alles is economie. Ook de cultuur is economie. Wetenschappers en kunstenaars, docenten en artsen worden geacht te leven van wat zij produceren. De staat wordt in deze samenleving zo klein mogelijk gehouden en is erop gericht de juiste voorwaarden te scheppen voor een concurrentiestrijd om zoveel mogelijk bezit, macht en aandacht. Het maatschappelijk uit verbinding zijn wordt gecompenseerd door betrokkenheid of lidmaatschap van maatschappelijke organisaties en kerken, moskeeën of synagogen. (In de Verenigde Staten is 80% van de bevolking lid van een kerk, moskee of synagoge; in Europa nog geen 20%.)

De productiemiddelen kapitaal, arbeid en grond(stoffen) zijn altijd in handen van privé-personen (Romeins Recht). Er wordt gehandeld in de productiemiddelen alsof het consumptiegoederen zijn. Het lot van een consumptiegoed is dat het wordt vernietigd, het slijt, het wordt opgegeten en verteerd, het wordt verbruikt. Omdat de productiemiddelen worden verhandeld alsof het consumptiegoederen zijn, worden cultuur (kapitaal), mensen (arbeid) en stukken aarde (grond(stoffen)) ook vernietigd.

het kwadrant linksboven: vreemd-bepaald, in verbinding: een ideologie of geloof staat centraal in dit scenario

Hoe zien samenlevingsvormen eruit als de individuen van die samenleving weliswaar ‘samen’ zijn (vanuit het geheel denken), maar onvrij (= vreemd-bepaald)?

In deze samenlevingsvorm wordt het ‘samen’ niet bepaald door individuele mensen die zichzelf deel van het algemene wereldgebeuren denken en voelen, maar door een gemeenschappelijke ideologie of geloof. Een verkeerd ervaren en begrepen samen dus.

Daarom noem ik dit scenario ook wel het vals-samen-scenario. Het is een wederom een vervorming van de drie-gelede samenleving, maar nu wordt het geheel bepaald door een elite die een ideologie of geloof centraal stelt. In dit scenario is een centraal geleide economie (vals samen), een dictatuur (vals gelijk) en feitelijk ook een centraal geleide cultuur (onvrij).

Individuen in deze samenleving hebben geen enkele ruimte om zelf bepaald hun leven vorm en richting te geven, een elite die de absolute macht heeft, legt een ideologie of geloof op die door iedereen geïnternaliseerd dient te worden. Iedereen die dezelfde ideologie of hetzelfde geloof aanhangt, hoort erbij; iedereen die dat niet doet, valt erbuiten cq wordt er buiten gezet. Het individuele denken en handelen wordt geminimaliseerd in deze vorm van samenleven door een stelsel van wetten en geboden gehandhaafd door een systeem van angst en controle.

De afzonderlijke mensen in deze samenlevingsvorm leven voortdurend in angst om iets verkeerds te zeggen of te doen dat hen de kop kan kosten. 

Samen hangen ze dezelfde ideologie of hetzelfde geloof aan. Een elite bepaalt wat goed en slecht denken en handelen is.

In dit scenario zijn de productiemiddelen kapitaal, arbeid en grond(stoffen) in het bezit van de staat. De staat bepaalt wie wel/niet krediet krijgt, wie waar moet werken en wat de bestemming is van de grond. Grond wordt toegewezen. Iedereen is in loondienst van de staat. Het kapitaal kan zich niet of nauwelijks vernieuwen. De min of meer vruchtbare inzet van de productiemiddelen hangt af van de voorstellingen en ideeën van een kleine club machthebbers.

het derde scenario: het geloof in de strijd om bezit staat centraal (de ideologie van de vrije markt staat centraal)

het kwadrant linksonder: vreemd-bepaald, uit verbinding

Naar deze samenlevingsvorm tenderen alle samenlevingen waar mensen niet tot een vruchtbaar vrij- én samen-begrip komen. Het bevat het slechtste van beide bovenstaande scenario’s. Het samen wordt in dit scenario niet bepaald door een ideologie of geloof (of het zou de ideologie van of het geloof in de vrije markt moeten zijn), maar door een zogenaamd democratisch tot stand gekomen systeem van normen en waarden. De staat is groot en bureaucratisch en bepaalt zowel hoe de cultuur zich moet ontwikkelen (het onderwijs, de kunst, de wetenschap, de gezondheidszorg – alleen het geloof is een privé zaak, staat los van de staat, maar dan ook echt helemaal los) als hoe de economie zich moet ontwikkelen. De vrije markt is het ideaal, maar alle ongewenste neveneffecten van de vrije markt worden door middel van wetten en regels de kop ingedrukt. Het resultaat is een soort centraal geleide vrije markteconomie. Strijdende ego’s die in hun denken en handelen worden beteugelt door wetten en regels.

Zowel de samenleving als geheel als de afzonderlijke mensen in deze samenleving verstikken meer en meer. Er is steeds minder ruimte, steeds minder lucht. Het is voortdurend aanpassen om te overleven, er is geen ruimte voor leven vanuit liefde voor het (samen)leven.

Dit scenario noem ik ook wel het vals-gelijk-scenario, het is een wederom een vervorming van de drie-gelede samenleving. Een centrale macht, die zichzelf boven de wet plaatst, legt aan de mensen een uitgebreid systeem van normen en waarden op (vals gelijk). Ongeveer zoals ooit in het Heilige Roomse Rijk, de keizer boven de wet stond, immuniteit had en als absoluut vorst regeerde over de tientallen koninkrijken, bisdommen en hertogdommen waaruit dat rijk ooit bestond. In de tegenwoordige EU is de keizer vervangen door een orgaan dat zich ESM noemt, Europees Stabiliteitsmechanisme, zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Europees_Stabiliteitsmechanisme. Deze centrale macht bepaalt eveneens de cultuur (onvrij). Het heeft de vrije markt als ideaal, (het absolute eigendomsrecht van kapitaal, arbeid en grond), maar beteugelt de vernietigende werking van een concurrentiestrijd van allen tegen allen door wet- en regelgeving (vals samen).

In het derde scenario zijn de productiemiddelen kapitaal, arbeid en grond(stoffen) in het bezit van zowel privé personen als overheden. Er wordt gehandeld in de productiemiddelen alsof het consumptiegoederen zijn, tegelijkertijd wordt door de staat bepaald wat de grondbestemming is, wat de kaders zijn voor het gebruik en beheer ervan en wat de arbeidsverhoudingen zijn. Overheden proberen met wet- en regelgeving de handel in kapitaal te reguleren. 

het vierde scenario: de ontwikkeling van de mens staat centraal

het kwadrant rechtsboven: zelf-bepaald, in verbinding

Deze samenlevingsvormen ontstaan van binnenuit overal waar twee, drie of meer mensen op basis van gemeenschappelijke intenties samenwerken, -wonen en -leven. Deze mensen zijn zichzelf bewust van enerzijds hun ego-dingetjes en werken aan het helen van zichzelf, anderzijds van zichzelf als liefdevol scheppende spirituele wezens, die onderdeel uitmaken van het algemene wereldgebeuren. Ze zijn vrij (= zelf-bepaald), dat wil zeggen, ze handelen op grond van inzicht in zichzelf en in de dingen. Ze zijn samen (= in verbinding), dat wil zeggen, ze beleven en begrijpen zichzelf als deel van het algemene wereldgebeuren.

In deze samenlevingen zijn de individuele mensen vrij om niet alleen religie te beleven zoals zij dat zelf willen, maar ook therapieën te kiezen, onderwijs te volgen, wetenschap te bedrijven, zichzelf kunstzinnig te uiten enzovoort (vrij). Gezamenlijk voorzien ze elkaar in hun materiële behoeften (samen). Dit alles op grond van gemeenschappelijk besloten en gedragen intenties en afspraken (gelijk). Niemand stelt zichzelf boven de wet. 

De productiemiddelen kapitaal, arbeid en grond zijn in dit scenario noch van de staat noch in privé-bezit. Enerzijds ontwikkelt zich een vrij cultureel leven (onderwijs, zorg, wetenschap, kunst enz.) waardoor het kapitaal zich voortdurend kan vernieuwen, anderzijds ontstaat er een economisch leven waarin in goed onderling overleg productie op consumptie wordt afgestemd. Er tussenin ontstaat een rechtsleven waarin mensen hun onderlinge betrekkingen regelen in afspraken en regels. De grond wordt ondergebracht in ‘trusts’, waarin burgers grond beheren, een bestemming geven en toewijzen aan bekwame mensen die de grond vruchtbaar maken voor de gemeenschap. Banken worden een soort waarnemingsorganen die overtollig geld brengt naar mensen en groepen van mensen met innovatieve ideeën. Niet de arbeid wordt betaald, maar de prestaties worden vereffend, werkgever/werknemer-verhoudingen worden opgegeven, mensen werken samen op basis van gemeenschappelijke gestelde doelen.

Deze vormen van samenleving hebben zich nog niet of nauwelijks gevormd in de huidige tijd.

tot slot

Voor zover we vanuit angst, gevoelens van onwaardigheid en onzekerheid denken en handelen, bevorderen we één of meerdere van de drie andere scenario’s; voor zover we denken en handelen vanuit moed, liefde en vertrouwen, op grond van begrip van zowel het zelf als het andere, ontwikkelen we onszelf tot co-creators van de vrij-gelijk-samenleving. 

De vrij-gelijk-samenleving is geen ideologie of geloof, maar een samenleving die ontstaat als mensen streven naar vormen waarin ze elkaar mogelijk maken vanuit liefde voor de dingen die zij doen en voor de mens in het algemeen. De vrij-gelijk-samenleving ontstaat dus al doende, van binnenuit, tussen mensen die streven naar menswaardige samenlevingsvormen.