De idee van de samenleving als organisme

Natuurwetenschap heeft als te kennen object de natuur. Dat wil zeggen, de fenomenen in de natuur, de feiten en gebeurtenissen in de natuur, hoe kunnen we die begrijpen? hoe zijn ze geordend? hoe verhouden ze zich tot elkaar? hoe functioneren ze in het geheel, enzovoorts. 

Goethe bestudeerde de natuur. En hij experimenteerde net zolang totdat de natuur hem haar geheimen toonde in de vorm van oerfenomenen. Dat zijn fenomenen die eenvoudig te doorzien, te doorvoelen zijn, van waaruit al het overige ook is te begrijpen. Goethe ontwikkelde onder andere een kleurenleer als spel tussen licht en duisternis. Kijk je door het licht naar het donker, dan ontstaat blauw. Bergen in de verte hebben altijd een blauwige waas over zich heen. Kijk maar. En ook de hemel is blauwe omdat je vanuit de lichte atmosfeer naar de donkere ruimte kijkt. Dat is het ene oerfenomeen met betrekking tot kleuren. Omgekeerd, kijk je door duisternis naar licht, dan verschijnt geel. Zit je in een tunnel en zie je het licht aan het einde, dan heeft dat juist weer een gele waas. Kijken we door de donkere ruimte naar de zon (die eigenlijk gewoon wit is), dan wordt die geel. En zo ging Goethe op zoek naar de oerfenomenen, feiten en gebeurtenissen die direct een begrip of idee tot uitdrukking brachten van waaruit hij elke concreet fenomeen kon inzien en invoelen.

Sociale Wetenschap heeft als te kennen object de sociale werkelijkheid. Dat is de werkelijkheid van de betrekkingen tussen de mensen. De sociale werkelijkheid wordt gevormd door de mensen, mensen worden gevormd door de sociale werkelijkheid. Hoe ze over zichzelf denken, hoe ze met elkaar omgaan en met de Aarde, welke functies ze geven aan kapitaal? Hoe ze arbeid inzetten? Hoe ze eigendom begrijpen en toepassen? Hoe ze grond bestemmen en toewijzen aan elkaar? enzovoorts. De betrekkingen tussen de mensen zoals ze nu zijn, zijn gedeeltelijk ontstaan vanuit instincten, vanuit de drijfveren en gedeeltelijk bewust vanuit inzichten in het wezen van de mens. Sociale wetenschappen zijn deels een beschrijvende wetenschap, een wetenschap die beschrijft hoe de betrekkingen tussen de mensen zijn geregeld en deels een stellende of gebiedende wetenschap een wetenschap die stelt hoe betrekkingen geregeld moeten worden om bepaalde doelen te kunnen bereiken. Één van de sociale wetenschappen is economie. In de economie als wetenschap gaat het om hoe mensen de productie, distributie en consumptie van economische waarden organiseren, hoe ze aanbod op vraag afstemmen? wie welk krediet krijgt en waarom? Waar wel en waar niet in wordt geïnvesteerd? En waarom? Ook economie is deels beschrijvend, deels stellend. Het beschrijft hoe productie, distributie en consumptie is geregeld en het stelt hoe het geregeld dient te worden wil je bepaalde doelen bereiken. Over de economie als sociale wetenschap komen we nog uitvoerig te bespreken.

Voor we te bespreken komen over de economie in het bijzonder, wil ik het eerst hebben over de samenleving als geheel. De samenleving is meer dan alleen economie.
De sociale werkelijkheid (de werkelijkheid van de betrekkingen tussen mensen, de manier waarop mensen samenwerken, samenwonen en samenleven) wordt gevormd door mensen. De mens is als het ware de substantie van de samenleving. De huidige samenlevingen komen voort uit eerdere samenlevingen, toekomstige samenlevingen komen voort uit de huidige. Mensen worden geboren in een bepaalde samenleving, waarin op een bepaalde manier de economie is geregeld, het bestuur functioneert en het onderwijs is georganiseerd en dat vormt het denken en handelen van die mensen. Maar mensen kunnen reflecteren op hun denken en handelen. Mensen ontwikkelen nieuwe behoeften, zijn niet meer blij met hoe het bestuur functioneert, vinden dat de economie niet werkt enzovoorts. Zij voeren actie, komen in opstand, onthoofden hun koning, nemen initiatieven, vinden nieuwe dingen uit enzovoorts. En dat vormt de samenleving om. Met andere woorden, de mens wordt gevormd door de samenleving, de samenleving wordt omgevormd door de mens. Het is een continu proces, een sociaal proces. Dat zich ontwikkelt op basis van voortschrijdend inzicht van de mens in zichzelf, in zijn capaciteiten en behoeften, in de wijze waarop hij om wil gaan met zijn medemens en de Aarde. Het is in zekere zin ook een creatief proces. De samenleving als geheel is evenals de afzonderlijke mensen die de samenleving vormen een continu zichzelf ontwikkelend en omvormend geheel. Om de samenleving (de sociale werkelijkheid) te begrijpen in haar ware aard, moet je als mens mee kunnen denken en voelen met de processen die zich continu voltrekken, zoals in de mens continu stoffen worden opgenomen, worden getransporteerd en weer uitgescheiden, zoals in de mens ervaringen worden opgedaan, verwerkt en een plek krijgen. Enzovoorts. Om de samenleving te doorzien en te doorvoelen, kun je haar begrijpen als een organisme. Bestudeer organismen en je ontwikkelt een begrip van samenlevingen.

De samenleving is een organisme, dat wil zeggen een levend zich van binnenuit continu volgens bepaalde wetmatigheden ontwikkelend geheel. De substantie van de sociale werkelijkheid (dat waar de sociale werkelijkheid van gemaakt is) zijn mensen en de manier waarop zij denken en doen. Mensen maken dus deel uit van de sociale werkelijkheid. Ook ik ben ook een mens. Als wetenschapper van de sociale werkelijkheid maak ik deel uit van de sociale werkelijkheid. Het grote verschil tussen mijzelf als natuurwetenschapper en mijzelf als sociaal wetenschapper is dat ik niet in een zelfde subject/object-verhouding sta tot de sociale werkelijkheid als tot de natuur. Als wetenschapper van de sociale werkelijkheid ben ik zowel het kennende subject als samen met alle andere mensen het te kennen object. Als wetenschapper van de sociale werkelijkheid heb ik ook naar mezelf te kijken, naar de manier waarop ik denk en handel, de manier waarop ik inzichten op doe, wat mijn motieven zijn en wat mijn drijfveren, de manier waarop ik besluiten neem, de doelen die ik mezelf stel, de middelen die ik kies om die doelen te bereiken, enzovoorts enzovoorts. Als wetenschapper van de sociale werkelijkheid heb ik mezelf op te splitsen in het kennende subject en het te kennen object in de sociale werkelijkheid.

Zolang ik dat doe, zolang ik als het ware mezelf opsplits tussen een kennend subject dat naar zichzelf in de sociale werkelijkheid als het te kennen object kijk, dan zie en beleef ik die sociale werkelijkheid als een organisme, als een zichzelf van binnenuit ontwikkelend geheel. Immers de inzichten die ik opdoe, de inzichten die we als mensen met betrekking tot de sociale werkelijkheid überhaupt opdoen, vormen diezelfde sociale werkelijkheid alweer om. Met het voortschrijdend inzicht van de mensen met betrekking tot de manier waarop de mensen zichzelf als samenleving organiseren, ontwikkelt die samenleving zich. Verwerkelijken we ware, goede en mooie inzichten, dan vormen we de samenleving ten goede om; leven we valse, slechte en lelijke inzichten, dan vormen we de samenleving ten slechte om. Hoe dan ook, omdat we altijd denkende en doende deel uitmaken van de sociale werkelijkheid, vormen we diezelfde sociale werkelijkheid met alles wat we denken en doen om.
Het is dus belangrijk om het goede, ware en schone te denken en te doen. Maar ja? Wat is het goede, ware en schone?

Doen we alsof we als kennend subject ook werkelijk een objectieve positie in kunnen nemen ten opzichte van de sociale werkelijkheid als het te kennen object, met andere woorden, doen we alsof we als sociale wetenschapper, niet tegelijkertijd ook deel uitmaken van de sociale werkelijkheid, dan ontwikkelen we sowieso geen levende, en organische inzichten, maar dode en mechanische. Voorstellingen die eenzijdig en niet waar zijn. Die voorstellingen kunnen we alleen door middel van macht opleggen aan anderen, anderen kunnen niet op grond van inzicht, eigen doorleefd en doorvoeld inzicht, die voorstellingen verwerkelijken. Voorstellingen verkregen op basis van het geloof een objectieve verhouding tot de sociale werkelijkheid te kunnen innemen, mechaniseren de samenleving.

De huidige moderne westerse mens wordt opgevoed met tal van dit soort voorstellingen op grond waarvan hij zichzelf tot een mechaniek moet maken, een radertje, die moet functioneren in een machine om geld te verdienen. De voorstelling bijvoorbeeld dat de mens zichzelf moet verkopen op een arbeidsmarkt? Moet dat echt? We kunnen de arbeid ook zo organiseren dat niet de arbeid, maar de prestaties betaald worden. In dat geval hoeven mensen zichzelf niet te verkopen op een arbeidsmarkt, maar kunnen ze als vrije burgers hun capaciteiten inzetten en hun geld verdienen met prestaties die ze leveren. Misschien dat daarom zoveel mensen een armer leven als zzp’er prefereren boven een rijker leven als loonslaaf. In het laatste geval is hij afhankelijk van de werkgevers en de doelen die zij zichzelf stellen, zonder overleg met hun werknemers. Die zich vervolgens organiseren in werknemersorganisaties om een machtspositie te verwerven. Zolang een mens zichzelf moet verkopen op de arbeidsmarkt, moet hij zich voortdurend aanpassen aan veranderende omstandigheden om te overleven. Jezelf ontwikkelen tot een mooier mens heet dan investeren in jezelf om je arbeidsmarktwaarde te verhogen. Voor zover de sociale werkelijkheid wordt gevormd door niet doorleefde en doorvoelde voorstellingen mechaniseert de sociale werkelijkheid, verwordt het steeds meer tot een machine en de mensen verworden tot onderdelen van die machine, die meer of minder geolied loopt al naar gelang de mensen zich meer of minder als een mechaniek gedragen.

Nee, de sociale werkelijkheid wordt gevormd door de gedachten en daden van de mensen, door de mens zelf dus, als sociale wetenschapper maak je deel uit van die sociale werkelijkheid en daar moet je je van bewust zijn. Als sociale wetenschapper ben je eigenlijk ook tegelijkertijd een sociale kunstenaar. En omdat we allemaal deel uitmaken van die sociale werkelijkheid, zijn we allemaal wetenschapper én kunstenaar. We willen begrippen en ideeën ontwikkelen die levend en organisch zijn, zodat mensen op grond van wederzijds begrip hun onderlinge betrekkingen kunnen regelen en niet op grond van de voorstellingen van enkelen onder hen. 

De sociale werkelijkheid is een organisme, een geheel, een levend zich van binnenuit ontwikkelend geheel. En elk organisme, elk levend wezen, heeft een opbouwpool en een afbraakpool. In elk organisme vinden levensprocessen en doodsprocessen plaats. Opbouwende processen en afbrekende processen. Beide processen dienen met elkaar in evenwicht te zijn, in balans te zijn. Je zou kunnen zeggen dat elk organisme, behalve een opbouw- en een afbraakpool ook een bemiddelend orgaan heeft, een midden dat speelt met de tegenstellingen, dat de tegengestelde bewegingen, opbouw en afbraak, in evenwicht houdt.

Om je op een zinvolle wijze te verdiepen in de sociale werkelijkheid, dien je je dus eerst een begrip te vormen van een organisme. Dit kun je doen door je te verdiepen, door middel van de begripsoefening uit deel 1, in een organisme, of het nu een eencellige is, microben, of simpele of meer complexe organismen, een plant of bloem kan ook, zelfs een boom, het fysiek van dieren of zelfs ons eigen fysieke lichaam. Ook ons fysieke lijf is een organisme, het fysieke organisme van de mens. Door organismen te bestuderen krijgen we inzicht in de wetmatigheden van het ontstaan, ontwikkelen en weer vergaan van organismen.

Hier het eerste het beste filmpje over organismen, werkelijk, het bekijken van dit soort filmpjes, levert al inzichten in de sociale werkelijkheid als organisme… In dit filmpje wordt onder andere kort een bos als één geheel organisme besproken die (ego-loos) productie op consumptie afstemt, erg interessant. 

Bekijk deze video op www.youtube.com
Okay, voor de sociale werkelijkheid is het belangrijk dat je die leert begrijpen als een organisme waar een ieder van ons deel van uitmaakt, met een opbouw- en een afbraakpool en een bemiddelingsorgaan.

Vraag: wat is de opbouwpool van een sociaal organisme? Wat wordt daar op gebouwd? Wat is de afbraakpool van een sociaal organisme? Wat wordt daar afgebroken? En hoe richt je een bemiddelingsorgaan in, die beide polen in evenwicht houdt, die speelt met de tegengestelde polen?

De opbouw pool van een sociaal organisme, dat is het maatschappelijk domein waar de mens zichzelf ontwikkelt. Het is het domein waar de mens zichzelf steeds meer tot een mens maakt. En als je dit boek doet, tot een samenlevingskunstenaar. Dit boek, het schrijven van dit boek, het lezen en doen van dit boek, is deel van de opbouwpool van het sociale organisme. Ik ontwikkel me aan het schrijven van dit boek, jij kunt je ontwikkelen aan het lezen en doen van dit boek. Al naar gelang het succes van dit boek, zal dit boek een minder of meer opbouwende en vormende werking hebben in het sociale organisme als geheel. 

En verder bestaat de opbouw pool van het sociale organisme uit alles wat met kunst, religie, wetenschap, onderwijs, (gezondheids)zorg, geneeskunde, journalistiek, coaching en advies  enzovoorts te maken heeft. Kortom alles wat te maken heeft met de ontwikkeling en zorg van de mens (voor de mens). 

In eerste instantie worden mensen geboren in dit domein, in de zorgende handen van vroedvrouwen, artsen, verplegers, moeders en vaders. De eerste periode van het leven verblijven opgroeiende mensen nagenoeg continu in de opbouwpool van de samenleving, het domein van zorg en ontwikkeling, om zich te kunnen ontwikkelen tot een volwassen mens. Tot in ieder geval het veertiende levensjaar neemt een opgroeiend mens geen deel aan de afbraak pool van het sociale organisme.

Wat is de afbraak pool van het sociale organisme? En wat wordt in deze pool afgebroken?

In de afbraak pool van het sociale organisme, waar wij dus allemaal deel van uitmaken, op dit moment zijn we zowel aan het opbouwen als aan het afbreken, het is een continu proces, dat op dit moment ver uit evenwicht is, helaas, vindt alles plaats wat nodig is om het fysieke organisme van de mens te verzorgen en in leven te houden… Met andere woorden, in de afbraak pool van het sociale organisme worden de goederen en diensten geproduceerd, de economische waarden die voorzien in de materiële behoeften van de mens. 

De afbraak pool van het sociale organisme is op zichzelf weer een organisme met een opbouw- en afbraakpool en een bemiddelingsorgaan. Omdat het in dit maatschappelijke domein gaat om het verzorgen van het fysieke organisme van de mens, het voorzien in de materiële behoeften van de mens, gaat het dus om het produceren (opbouw), distribueren (bemiddelen) en consumeren (afbraak) van economische waarden.

De oer-begrippen ‘economie’, ‘economische waarden’, ‘produceren’, ‘distribueren’ en ‘consumeren’ enzovoorts komen allemaal nog aan de orde. 

Voor nu is het belangrijk om te weten (te begrijpen/in te zien) dat de afbraak pool van het sociale organisme bestaat uit het economische leven, het produceren, distribueren en consumeren van economische waarden.

De ontwikkeling en zorg van de mens wordt in dit domein weer afgebroken. Letterlijk. Verteerd. Geconsumeerd. Mensen ontwikkelen zichzelf in de opbouw pool van het sociale organisme tot automonteur. Vervolgens voorzien deze mensen zichzelf in een levensonderhoud als automonteur, alles wat ze aan capaciteiten en vermogens hebben ontwikkeld in de opbouw pool van het sociale organisme, wordt in de afbraak pool van het sociale organisme ingezet en verbruikt. Specifieke automonteurs die zich specialiseerden in benzine auto’s worden vervangen door automonteurs die zich intussen specialiseerden in elektrische auto’s. Vervolgens kunnen de boventallige benzine automonteurs zich in de opbouw pool van het sociale organisme zich verder ontwikkelen tot iets wat zij willen of genieten van hun welverdiende pensioen. 

Het kan ook voorkomen dat in de opbouw pool van het sociale organisme een innovatief idee wordt ontwikkeld, bijvoorbeeld een soort van een 3d printer voor schoenen die door consumenten thuis kunnen worden ontworpen en besteld. Zo’n innovatief idee (elke maatschappelijke innovatie) wordt ontwikkeld in de opbouw pool van het sociale organisme. Vervolgens wordt dit idee (wel of niet) verwerkelijkt in de afbraak pool van het sociale organisme. Het verwerkelijken van een innovatief idee is als het ware het afbreken van dat idee. Letterlijk. Het idee wordt omgezet in een concrete machine, die machine wordt verbruikt en tenslotte afgeschreven. Intussen ontwikkelden ontwikkelaars al weer nieuwe veel betere ideeën in de opbouw pool van het sociale organisme. Het oorspronkelijke innovatieve idee is uitgeput, werkt niet meer en wordt vervangen door een nieuwe idee. Enzovoorts.

En zo vormt het sociale organisme als geheel zichzelf van binnenuit voortdurend om, het ontwikkelt zich op basis van voortschrijdend inzicht.

Dat gebeurt niet alleen in een toekomstige ideale samenleving, dat gebeurt nu ook al. Ook al maken sociale wetenschappers in het bijzonder, mensen die op de posities zitten om te bepalen hoe de samenleving zich verder ontwikkelt, geen onderscheid tussen de opbouwpool en de afbraakpool van de samenleving, ook al creëren we niet een bemiddelingsorgaan die opbouw en afbraak in evenwicht houdt, juist omdat we dat niet doen, leven we nu in een ver uit evenwicht situatie, in een verwrongen, vervormde, ongezonde samenleving, in een zieke samenleving dus. Waar de afbraakpool eigenlijk alles heeft overgenomen, de opbouwpool ook ondergeschikt heeft gemaakt. Steeds meer vernietiging van kapitaal, arbeid en Aarde. Zo simpel is het. 

Om gezonde samenlevingen te creëren respectievelijk de huidige samenleving gezond te maken, is behalve onderscheid leren maken tussen opbouw en afbraak, ook een bemiddelingsorgaan nodig om dit proces goed te laten verlopen, een bemiddelingsorgaan dat speelt met de opbouw en de afbraak, dat opbouw en afbraak in evenwicht houdt. Waaruit bestaat dit orgaan? Wat is de kernactiviteit van dit orgaan?

Was de kernactiviteit van de opbouw pool de zorg en de ontwikkeling van de mens als geheel, die van de afbraak pool de productie, distributie en consumptie van economische waarden, die voorzien in de materiële behoeften van de mens, de kernactiviteit van het bemiddelingsorgaan is het regelen van de betrekkingen tussen mensen, het verbinden en verbreken van de relaties tussen mensen. 

Iedere keer als een innovatief idee verwerkelijkt wordt, veranderen de betrekkingen tussen mensen. Er moeten nieuwe mensen ingezet worden om het idee te laten functioneren, andere mensen kunnen afvloeien, of krijgen een nieuwe functie in het geheel waar ze al deel van uitmaakten, of gaan gewoon met pensioen. Überhaupt moet geregeld worden dat dit innovatieve idee door middel van krediet verwerkelijkt kan worden. Krediet instellingen behoren dus ook tot het bemiddelingsorgaan van het sociale organisme. Evenals besluit-organen, organen waarin afspraken gemaakt worden, procedures worden opgesteld, wetten en regels worden opgesteld en worden gecontroleerd en gehandhaafd. Opnieuw worden bekeken op werkzaamheid en weer losgelaten als ze niet blijken te werken dan wel worden verbeterd of vervangen voor betere procedures, afspraken en regels. In elke gemeenschap die ontstaat op basis van gemeenschappelijke intenties ontstaat zo’n bemiddelingsorgaan dat de onderlinge betrekkingen tussen de mensen in die gemeenschap regelt, meer of minder democratisch, dat wil zeggen in minder of meer overleg met alle betrokkenen in die gemeenschap.

Okay, nu heb ik de sociale werkelijkheid als organisme geschetst, met een opbouw- en een afbraak pool en een bemiddelingsorgaan, ik heb de kernactiviteiten van de verschillende maatschappelijke domeinen kort besproken. Nu dien ik eigenlijk nog één laag te bespreken, en dat is de laag van het geld, het complex van afspraken dat het organisme zich op een gezonde manier doet laten ontwikkelen.

Als we het ontstaan, rouleren en weer vergaan van geld in de samenleving, in het sociale organisme bespreken en vergelijken met hoe het geld in de huidige mechanische samenleving functioneert, begrijpen we ook onmiddellijk het ontstaan van en het groeien van de kloof tussen rijkdom en armoede. Ook zien we dan hoe die kloof gedicht zou kunnen worden.